Sara Kroos over imperfectie in De Klinker

Winschoten

Cabaretière Sara Kroos staat woensdag 13 januari met haar nieuwe show ‘Doorgefokt’ in theater De Klinker in Winschoten. De voorstelling gaat over de menselijke weeffouten die we allemaal wel herkennen.

De 34-jarige Kroos stelt vast dat wij zijn doorgefokt als mens: iedereen heeft wel een afwijking. We zijn allemaal een beetje ‘stuk’ en daar kunnen we volgens haar maar beter om lachen. Kroos viert dit jaar een jubileum: ze zit 15 jaar in het theatervak. Vervelen doet het nooit. Ze heeft nog steeds energie voor tien. Momenteel trekt ze met haar achtste avondvullende voorstelling ‘Doorgefokt’ door het land en speelt ze tussendoor op zondagen diensten voor gelovigen en ongelovigen. Daarnaast schreef Kroos het succesvolle boek ‘Als ik het niet kan, kun jij het ook’; humoristische verhalen over aankomen en afvallen en taartrecepten van Francis van Arkel. Je doet heel veel verschillende dingen. Wat is het belangrijkste voor je? "Het belangrijkste is de theatervoorstelling. Theater is mijn grote liefde. Ik schrijf graag en zing graag, maar een zaal aan het lachen maken, is het allermooiste wat er is. Voor 'Doorgefokt' heb ik de lat hoog gelegd: ik wil een hoge grapdichtheid, maar ik wil ook de ontroering niet verliezen én meer op de tijdgeest inspelen. Het moet eruitzien alsof ik het uit mijn mouw schud, maar de show moet kloppen van A tot Z. Als je naar het theater gaat, ga je als publiek voor een hilarische, mooie avond. Daar ga ik 200 procent voor. En daar zit voor mij ook een groot deel van het plezier in; als je bij mij in de zaal zit, moet je kunnen denken: dit komt helemaal goed, die avond, dit wordt lachen." Je hebt acht soloprogramma’s gespeeld sinds je 18e. Je bent nu 34, waar sta je nu? "Ik voel dat ik meer solide ben. Ik was in mijn beginjaren vaak bezig mijn persoonlijke onrust te temmen en het vak te leren. De term 'growing up in public' is bij mij wel heel toepasselijk. Toen ik 17 was, begon ik in een jeugdhonk. Vervolgens trad ik op in de kleine zalen; voor de ogen van het publiek ben ik opgegroeid tot wie ik nu ben. Ik denk dat ik m'n eigen stijl heb gevonden bij mijn derde programma ‘Zoetgevooisd’. Eerlijk, direct, soms grof, maar ook met intieme en kwetsbare liedjes en verhalen. Dat hoort bij me: grof en zacht wisselen elkaar af. Als ik nu terugkijk - en dat mag best een keertje als je 15 jaar in het vak zit - denk ik dat mijn kern niet veel is veranderd, maar mijn uitvoering wel. Het moet wel ergens over gaan, dat heb ik altijd gehad. En ik speelde toen al vanuit eerlijkheid; de draak steken met wat opsmuk heeft, zelfspot en het lospeuteren van dingen die niet kloppen. Dat klinkt nu veel zwaarder dan het is, hoor. Het zijn gewoon bronnen waar ik grappen uit kan maken. Ik observeer graag, ik kijk wat er niet klopt en wat er mooier wordt gemaakt dan het is. Dat heeft me altijd gefascineerd." "Maar de uitvoering is anders geworden. Ik heb veel beter leren timen, geleerd de tijd te nemen, te doseren met energie bijvoorbeeld. In mijn eerste programma's kon ik zo tekeergaan dat ik nu denk: de oren van die mensen gingen na een kwartier al tuten. Ik ben nu in balans. Balans op het toneel betekent voor mij dat als ik schiet, dat ik met scherp schiet; vroeger waren dat tien losse flodders." "Ik ben nu ook meer naar buiten gericht met wat ik maak. 'Doorgefokt' gaat bijvoorbeeld veel meer over de tijdgeest en de imperfectie van de mens en veel minder over mijn gezin dan de vorige show. Ik ben wel altijd persoonlijk, maar je kunt niet 30 jaar over je eigen keukentafel blijven lullen, ik wil elke keer weer echt iets anders om het over te hebben." Ben je altijd al schaamteloos geweest? "Ja, eigenlijk wel, vanaf dag één. Ik ben altijd eerlijk geweest over m'n eigen tekortkomingen, ik ben niet van het trappen naar anderen. En heb nooit gedacht 'dit of dat kan ik echt niet zeggen' in de conferences die ik doe. Ik vind het zelf niet grof. Het is hoe ik denk en hoe ik ben. Mensen die bij mij in de zaal zitten, weten ook dat ze niet naar een lief poppetje gaan kijken dat zachte liedjes zingt. Trouwens, dat doe ik ook wel hoor, mooie liedjes zingen, maar daarna kan er ook best weer wat vuil uit diezelfde mond komen." "Ik heb weinig gêne om persoonlijk te worden. Bovendien, ik heb nog nooit grappen gemaakt over iets persoonlijks waar de zaal niet op reageerde met een lach of een herkenning; dat maakt het juist zo prachtig. Dat we met z'n allen dezelfde belachelijke dingen meemaken. En als je er met z'n allen om lacht, verlicht dat direct. Dan maakt het je echt samen zo'n avond. Dat vind ik te gek. Lachen om sores is sowieso het beste dat er is, vind ik. In een hoekje gaan zitten tot je helemaal alleen bent en niet meer op wilt staan, gebeurt bij mij niet zolang ik er grappen over kan maken.’’ Waar gaat je huidige show over? "Je hebt honden die zijn doorgefokt hè: de herdershond heeft last van z'n heupen, de boxer heeft inmiddels een te platte neus, die beestjes hebben allemaal last van iets. Ik denk dat wij als mensen ook zijn doorgefokt. Ik ken namelijk niemand, die geen mankement heeft. Een tic, een lichamelijke ziekte groot of klein, een allergie, een psychisch foutje, noem maar op. Dus wij zijn ook doorgefokt; we zijn een beetje stuk in ons systeem zeg ik in de show. En daar kunnen we maar beter om lachen. De show gaat over imperfectie. Dat het helemaal niet erg is dat we allemaal een beetje stuk zijn, als we maar niet hoeven te doen alsof alles goed gaat." "Daarnaast gaat de voorstelling ook over je vol eten bij het tankstation, over mislukte seks, safari, saaie musea, stomme kleine kinderen en nog veel meer, haha. Maar dat is het basisidee: imperfectie. En wat mooie liedjes, samen met m'n drummer Rutger Hoorn. We hebben uptempo liedjes maar ook wat lyrische liedjes. Eentje heb ik bijvoorbeeld geschreven voor een vriendin toen ze haar vader verloor en ik niet wist wat ik moest doen. Soms weet je niet hoe je kunt helpen en zoek je naar woorden. Dat liedje is voor veel mensen herkenbaar die iemand troost willen bieden, maar niet weten hoe je dat aanpakt. Er zit een kwetsbare kant in mij die vooral in de liedjes naar voren komt; achter de piano is echt mijn zachtere kant.’’ Je klinkt als een serieus iemand, terwijl je op het toneel juist de lolbroek bent. "Klopt. Voor veel collega's trouwens ook hoor. Ik heb het over systeemfouten van iedereen in deze show. De mijne is bijvoorbeeld dat ik wel eens somber kan raken. Mijn kop stopt niet met denken. Dat is fijn, omdat ik daardoor altijd ideeën heb voor de voorstelling bijvoorbeeld. Maar ik ben van mezelf meer ingetogen en melancholiek dan op het toneel. Daarom ben ik ooit grappen gaan maken: om de boel te relativeren, om met humor de boel toch een beetje op te lossen waarover ik pieker. Energie heb ik wel altijd. Op het toneel zeker, maar ook daarbuiten. Energie voor tien. En als er dan iemand uit het publiek tegen me zegt dat ze na afloop óók met energie en een blije toet naar buiten is gegaan, kun je mij niet gelukkiger maken."

Auteur

Arjan Brondijk