Standbeeld Graaf Adolf in Heiligerlee overgedragen aan nieuwe eigenaar

Heiligerlee

29 Rijksmonumenten wisselden vrijdag van eigenaar. Een van deze monumenten is het beeld van Graaf Adolf in Heiligerlee.

Het Rijk droeg op die dag de rijksmonumenten die geen rijkstaak meer hadden over aan de Nationale Monumentenorganisatie (NMO). Deze organisatie, die op 16 januari 2016 in de vorm van een particuliere vereniging werd opgericht, zet zich in voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed voor toekomstige generaties. Met de oprichting van de NMO werden de monumenten met een zuivere erfgoedfunctie dichter bij het particuliere erfgoed gebracht. De in dezelfde tijd separaat ingestelde Stichting Monumentenbezit (SMB) zorgt daarbij voor de uitvoering van het onderhoud. De overname past in het plaatje dat de bescherming van monumenten met erfgoedfunctie door de huidige Monumentenwet en de onderhoudsplicht niet langer alleen door het rijk kan worden uitgevoerd. Bij de 29 overgedragen rijksmonumenten hoort ook het standbeeld in Heiligerlee met het aangrenzende park. Drie jaar geleden leek het te koop zetten van het standbeeld nog een slechte 1 april grap te zijn, maar na vrijdag is de overdracht van het monument te Heiligerlee aan het NMO een feit. Het idee voor het standbeeld werd in 1867 voor het eerst geopperd. Het moest de in verval geraakte gedenknaald vervangen die in 1826 door een aantal bewoners van Heiligerlee was opgericht ter herinnering aan de roemruchte slag uit 1568 en het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Bijdragen van de bevolking Het nieuwe monument werd opgericht met bijdragen van de bevolking en via een subsidie van het Rijk. Voor het ontwerp werd een prijsvraag uitgeschreven en hoewel er geen winnaar werd aangewezen werd wel het ontwerp ’De Onafhankelijkheid van Nederland’ van kunstschilder J.H. Egenberger en civiel ingenieur P. Schenkenberg van Mierop aangekocht. Met een gewijzigd ontwerp kon Egenberger in 1869 aan de slag. De Belgische beeldhouwer Joseph Geefs vervaardigde het beeld dat in 1872 gereed kwam en twee jaar later werd het monument met bijbehorende grond en percelen overgedragen aan het Rijk. Het was in die tijd gewoonte geworden dat de Winschoter sociëteit De Harmonie op 23 mei, de gedenkdag van de slag, een herdenkingsconcert inclusief feestelijke toespraak organiseerde. Dit jaarlijkse feestgedruis ging al snel onder de naam Heiligerleefeesten door het leven. In 1872 stonden de feesten in het teken van de officiële onthulling van het nieuwe monument. In mei 1872 was het voetstuk gereed, een maand later kwam het standbeeld zelf in Heiligerlee aan. Het terrein kon nu verder worden aangelegd en paden getrokken. De inspanningen van het feestcomité ten spijt werden de feestelijkheden afgelast in verband met het plotselinge overlijden van Amalia van Saksen-Weimar-Eisenach, gemalin van prins Hendrik. Koning Willem III Pas een jaar later werd op 23 mei 1873 het monument alsnog onthuld door koning Willem III vergezeld door zijn beide broers, de prinsen Hendrik en Frederik, en zijn zoon Alexander. Het Koninklijke gezelschap kwam via de vijf jaar eerder geopende spoorlijn in Winschoten aan en verbleef in hotel Wissemann. Na door het Winschoter gemeenteraad te zijn ontvangen en een rijtoer door de stad toog het gezelschap naar Heiligerlee waar de vorstelijke bezoekers werden ontvangen door het gemeentebestuur van Scheemda. Daarna werd het gedenkteken onthuld en mochten Egenberger en Geefs de complimenten van de koning in ontvangst nemen. In sociëteit De Harmonie werd aansluitend feest gevierd. De Heiligerleefeesten waren in dat jaar een groots spektakel dat drie dagen in beslag nam. In de daarop volgende jaren werden de feesten ook gevierd, de traditie werd, zij het iets minder uitbundig, voortgezet. In 1892 mocht Heiligerlee de toen 11-jarige koningin Wilhelmina begroeten, in gezelschap van haar moeder regentes Emma. Zo bleven de Heiligerleefeesten lange tijd als een jaarlijks wederkerend evenement op het programma staan. In later jaren nam die traditie af en stond het gedenkteken vooral in kroonjaren in de schijnwerpers zoals in 1968 tijdens de 400-jarige herdenking van de slag. Onverlaten Het monument werd meerdere keren gerestaureerd ook nadat het standbeeld in 2003 was vernield en onverlaten in 2008 het zwaard van het gedenkteken hadden gerukt. De zorg voor het monument is nu in handen van de NMO. Toen de aanstaande verkoop in 2013 wereldkundig werd gemaakt was er nog sprake van 33 monumenten die aan het particuliere domein overgedragen zouden kunnen worden. Uiteindelijk zijn het 29 monumenten geworden. Vier monumenten zijn sedertdien afgevallen waaronder het standbeeld van Piet Hein in Rotterdam en het grafmonument van Maarten Tromp in de Oude Kerk in Delft. Overzicht Voor een totaal overzicht van de 29 overgedragen monumenten, zie www.nationalemonumentenorganisatie.nl.

Auteur

Arjan Brondijk