Lezing Joop Tilbusscher bij Cultuurhistorisch Centrum Oldambt

Winschoten

Het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt (CHC), zetelend aan de Johan Modastraat 5, organiseert voor donderdagavond 18 februari een lezing over de sociale woningbouw in Groningen met een speciale focus op het Oldambt.

Spreker is Joop Tillbusscher die ook al elders in de provincie heeft verhaald over arbeiderswoningen op Groninger dorpen in de periode 1900-1950. Tillbusscher is politicoloog en nazaat van drie Groninger architecten. In het verleden was hij leraar en zelfstandig adviseur werkloosheids- en achterstandsproblemen in de Randstad. Sinds 2008 werkt hij in Groningen waar hij onderzoek doet naar bouw- en sociaaleconomische geschiedenis van dorpen in de regio. Zestien vierkante meter Van Joop Tillbusscher verscheen afgelopen september het boek ’Zestien vierkante meter. De bouw van arbeiderswoningen op Groninger dorpen van 1900 tot 1950’. De interesse van Tillbusscher voor sociale woningbouw in Groninger werd gewekt doordat de bouw van arbeiderswoningen op het platteland in vergelijking met de steden onderbelicht is gebleven. Dit omdat er simpelweg ook vanuit historisch perspectief altijd weinig aandacht is geweest voor dit onderwerp. En dat terwijl er in het verleden toch ook veel Groningers zijn opgegroeid in een arbeiderswoning. Voor Tillbusscher begint het verhaal met de Woningwet van 1900 van het kabinet Pierson die de arbeiders die veelal woonden in krotten met slecht sanitair enig soelaas moest gaan bieden. Dat was echt geen luxe want het was in die tijd ook op het Groninger platteland heel gewoon dat een arbeidersgezin bestaande uit een man en vrouw met vijf kinderen woonde in een huisje van tien vierkante meter. De Woningwet van 1900 ten spijt begon zich pas na afloop van de Eerste Wereldoorlog enige bouwactiviteit in Oost-Groningen te ontplooien. Arbeiderswoningen Daarbij moet worden vermeld dat er in grote delen van Groningen tussen 1920 en 1945 helemaal geen arbeiderswoningen werden gebouwd. Tillbusscher stelt dan ook dat de grote woningnood van na 1946 geen gevolg was van de oorlog maar eerder het resultaat van de stagnatie in de periode ervoor. In Winschoten werd op 18 maart 1914 de Winschoter Woningbouw opgericht, nadat een eerdere poging om in 1895 een soortgelijke bouwvereniging van de grond te krijgen op niets was uitgelopen. De stichting was aldus het Koninklijk Besluit, ’uitsluitend in het belang van verbetering der volkshuisvesting werkzaam’. De leden van de stichting werden door de gemeenteraad benoemd. Door de stichting werden straten als de Molenhornstraat, de Hofstraat, de Burgemeester Engelkenslaan, het Sint Vitusholt en het Zandpad (Witte de Withstraat) mogelijk. Als een bijzonder project gold het Noorderplein. De straat heette vroeger Schottsplein, genoemd naar de Winschoter joodse veekoopman, exportslager en huisjesmelker Abraham Schott die rond 1900 eigenaar was van de meeste huizen aan het plein. De huizen van Schott verkeerden in een uiterst deplorabele staat. Met de Woningwet in de hand greep de Winschoten gemeenteraad in en kocht in december 1928 van de erven Schott het gehele complex woningen met het doel ze te slopen voor betere woningbouw. Naast de woningen van Schott werden in de omgeving nog verdere woningen aangekocht en in april 1931 kon het tot Noorderplein omgedoopte plein met 32 nieuwe woningen in gebruik worden genomen. Niet alleen sociale woningbouw in Winschoten zal Joop Tillbusscher tijdens zijn lezing bespreken ook de situatie in Beerta, Finsterwolde en Heiligerlee worden belicht. Verder zal worden gekeken naar de woningnood in het Oldambt de eerste jaren na de bevrijding. De lezing vindt plaats in het gebouw van het CHC aan de Johan Modastraat 5. De avond begint om 20.00 uur en duurt tot ongeveer 22.00 uur. De toegang bedraagt 5 euro inclusief koffie en thee.

Auteur

Arjan Brondijk