Verf, kwast en roller - column

Winschoten

Het huis schilderen is geen pretje. Het geklieder met verf en roller is nog te doen, de gewiekste opmerkingen van buurtgenoten, die toevallig langslopen of met hun hondje aan de wandel zijn, zijn een stuk minder.

Terwijl je balancerend op de ladder probeert de verfblik recht te houden en met de kwast in de andere hand de meest vreemde capriolen uithaalt, hoor je de eerste geinponem al aankomen. Wat wordt het? Een simpele groet, of een citaat uit het oeuvre van Jan Blaaser? Meneer besluit eerst te groeten en vervolgens te komen met de dooddoener 'Dat dust verkeerd mienjong'. Stug voor je uitkijkend rolt er een bijna onverstaanbaar 'ow' van je lippen, onderwijl denkend 'Ze moesten jou ook kapot schieten' (sic. Hans Teeuwen). 'Dat most n aander doun lotn'. Zijn bulderlach gaat door merg en been. Vervolgens komen er nog een aantal lieden langs, dat het een verstandige keuze vindt om nu te gaan schilderen. 'Zunne schient ja mooi. En t blieft ook zo. Hest geluk met'. Nou nee, denk ik, kwestie van de weersverwachtingen raadplegen, maar in plaats daarvan zeg je 'Gelukkig'. Nadat de laatste 'klouke' zijn zegje heeft gedaan blijft het stil. Perfecte timing, daar het precisiewerk begint. Uiteraard heb je in de winkel afplaktape gekocht, maar dat ligt nog keurig onaangeroerd in de kast. Onder het mom van 'mooi matglas is niet lelijk' waag je de gok. Wonder boven wonder gaat het goed en lijkt de klus binnen een paar tellen geklaard. Het geluid van klompen op tegels en een blaffende hond belooft echter weinig goeds. Niet nu. Maar de man, van naar schatting een jaar of zeventig, loopt door en stevent recht op zijn doel af. 'Moi Willem, hou gait dr mit?' Aan zijn intonatie is al te horen dat het antwoord hem geen moer interesseert. Nadat Willem, zoals een Groninger betaamt, het kort en zakelijk houdt, t Kon minder, steekt de vraagsteller van wal. 'Joa, zo het elk wat'. Een griepje, een onwillige been, keelklachten, een vleugje reumatiek en een snufje astma passeren de revue, gevolgd door een diepe zucht. 'Zol mie dr bie neer leggen mouten, da'k nooit meer de marathon van darteg kilometer lopen ken'. Ik schiet in de lach, verlies mijn evenwicht en druk de kwast met donder en geweld vol op het maagdelijke raam. 'Ho jong, dat haast beter deur n aander doun lotn kent' klinkt het in koor.

Auteur

Arjan Brondijk