Bevrijding Pekela, fifty fifty sigaretten, zand in de geweren en de watertoren

Pekela

Pekela werd op 13 en 14 april 1945 bevrijd door de Eerste Poolse Pantserdivisie van generaal Stanisław Maczek en het Belgische SAS Regiment van majoor Edouard Blondeel. Winschoter Sietze Grave (82) was toen 11 jaar. Hij zag de eerste bevrijders zijn woonplaats binnenkomen.

Hij woonde destijds aan de Veendijkstraat. "Daar heerste destijds veel armoede", vertelt Grave. "Op een gegeven moment kwam er een evacué aan bij ons, Jaap Wiersema, die liftend en lopend vanuit Rotterdam naar Pekela was gekomen om de honger te ontvluchten. Hij is niet lang gebleven. Wij hadden ook weinig te bieden. Mijn vader verdiende in die tijd 7,50 gulden in de week, net genoeg om zelf het hoofd boven water te houden." "Jaap kon Engels praten. Toen we hoorden dat de bevrijders in aantocht waren zijn we gaan kijken. Ze wilden via de Onstwedder klap Pekela binnenstormen, maar die brug was door de Duitsers opgeblazen. Jaap heeft toen de soldaten verteld waar ze wel langs konden, een kilometer verderop. Ik zie hem nog met die jeep en twee verkenners aankomen rijden. Op de plaquette bij het gemeentehuis staat dat de bevrijders via de Turfweg Pekela binnen kwamen, maar dat klopt niet. Ze kwamen via de Onstwedderweg." Een deel van de bezetters was al gevlucht, een aantal hield zich nog op in de Watertoren in Oude Pekela. "Met granaten werden de Duitsers uit de Watertoren verdreven, dat wil zeggen: diegene die het overleefde. Later hebben we nog dode Duitse soldaten gevonden in loopgraven langs het Zuiderveen." "Ik heb in een weiland daar ook een bommenwerper zien neerstorten. Het vliegtuig scheerde rakelings over de huizen. Kort voordat het vliegtuig de grond raakte, was de piloot uit zijn toestel gesprongen. Hij is toen meegenomen door Hennie Klok, die destijds een busonderneming had." Grave ging in die tijd naar de Hendrik Westerschool, waar ook veel Duitsers zaten. "De geweren stonden soms tegen het hek. Als kwajongens gooiden wij daar dan zand in. Ik zie het nog zo voor me." Ook de beelden van de feestvierende mensen, die de bevrijders begroetten staan nog op zijn netvlies. "Wij hadden weinig te eten en genoten van de cake en chocolade die we van de bevrijders kregen. Ook deelden ze sigaretten uit van het merk fity fifty. "En ik zie nog de beelden van de NSB'ers, die op de paardenkar door Pekela werden gereden. En er waren er nogal wat. De strokartonfabrieken Free & Co en Union werden bijvoorbeeld geleid door NSB'ers, en ook de Hendrik Westerschool. Een aantal is omgekomen, een aantal belandde op de paardenkar." Het leven in Pekela kwam na de bevrijding vlot weer op gang, volgens Grave. "Door de strokartonfabrieken Britannia, Free & Co, Union. De strokartonindustrie floreerde." Via de strokarton kwam Grave later ook weer in contact met Jaap Wiersema, die het schopte tot directeur van een bloemenveiling. "Bij Britannia werden destijds onder meer kartonnen dozen gemaakt voor die bloemenveiling. Wiersema kwam hierdoor nog wel eens langs. Zelf heb ik een tijdje bij Union gewerkt. Maar waar niet? Ik heb in mijn werkend leven 53 bazen gehad. Daar kan ik wel een boek over schrijven...." Foto's Arjan Brondijk

Auteur

Arjan Brondijk