Aardbevingsschade en instortingsgevaar - column

Winschoten

Het gros van het geld dat bedoeld is voor herstel van schade aan woningen in het aardbevingsgebied in Groningen gaat naar experts, rechtszaken en rapportages. Negentig procent maar liefst.

Concreet betekent dit dat van de bijna 23 miljoen beschikbaar gestelde euro's er 2,2 miljoen daadwerkelijk wordt besteed aan herstel van bijna 3400 beschadigde woningen. Ik vertel u niets nieuws. Er is met name gesteggel, zo luidt het verweer, over kleine schadegevallen. Het Centrum Veilig Wonen, dat voor de NAM de schades regelt, wil hiervan af en heeft een plan bedacht: via de app een fotootje sturen van de schade. De dure experts hoeven dan niet bij de gedupeerden op bezoek, en dit scheelt een bom duiten. Op zich een goed idee, alleen, zo leert de praktijk, komt hier natuurlijk niets van terecht. Als er na het opmaken van vuistdikke rapporten al niet wordt uitbetaald, gebeurt dit aan de hand van een simpele foto al helemaal niet. Bovendien lopen de experts ook nu nog de deuren plat bij de gedupeerden. Het vervangen van een paar schoorstenen wordt bijvoorbeeld nog altijd door diverse partijen beoordeeld. Waar de één constateert dat de schouw wellicht asbest bevat, zegt de ander dat de schouw waarschijnlijk asbest bevat, waarna expert nummer drie laat onderzoeken of de schouw echt asbest bevat, gevolgd door expert nummer vier die een monster neemt van de gewraakte schouw om te zien of die daadwerkelijk uit asbest bestaat. En een muur die, als gevolg van de aardbevingen, liefst tien centimeter uit het lood staat, wordt door de één als gevaarlijk beschouwd, maar door de ander juist niet. In het rapport wordt vermeld dat de betreffende muur 'niet voor een gevaarlijke situatie zorgt, maar dat de kans wel aanwezig is dat de muur op een gegeven moment instort'. Ik stel voor dat u laatstgenoemde zin nogmaals leest. Dat de eigenaren van deze woning juist daar hun slaapkamer hebben doet niet ter zake. Slaap lekker pa en ma.

Auteur

Arjan Brondijk