Opnieuw joodse graven aan de Liefkensstraat blootgelegd

Winschoten

Bij graafwerkzaamheden aan de Liefkensstraat in Winschoten werden begin november elf joodse graven blootgelegd. De graven maakten onderdeel uit van het joodse kerkhof dat sedert de 18e eeuw in de Liefkensstraat was gesitueerd en werden gevonden bij de aanleg van het park dat daar momenteel wordt ingericht.

Vorige week kwamen daar nog eens zeven graven bij, waaronder een aantal kindergrafjes. De stoffelijke resten zullen in overleg met opperrabbijn J.S. (Binyomin) Jacobs van het Interprovinciaal Opperrabbinaat en onder advisering van een archeoloog van het Nederlands˗Israëlitisch Kerkgenootschap in nieuwe kisten naar de joodse begraafplaats aan het Sint Vitusholt worden overgebracht. Deze operatie vond al eens eerder plaats in 1969 toen het kerkhof na de doorbraak door de aanleg van parkeerruimte voor het Israëlplein (!) werd geruimd. Daarbij werden 54 graven gedolven waarvan de stoffelijke resten eveneens naar het Sint Vitusholt werden overgebracht. Ook destijds werd het opperrabbinaat ingeschakeld. Zoals reeds gememoreerd kende het joodse kerkhof een lange geschiedenis beginnende in de 18e eeuw nadat er sprake was van een joodse gemeenschap of kille in Winschoten. Eerste schriftelijke vermelding De eerste schriftelijke vermelding van joodse inwoners in Winschoter staat op een kluftrol van 1683. Winschoten was destijds nog verdeeld in vier kluften of wijken en de kluftmeesters waren de opzichters die toezagen op de uitvoering van besluiten. Vanaf 1770 ontwikkelde zich een min of meer georganiseerd joods leven en de joodse gemeenschap groeide gestaag. De eerste synagoge werd rond 1774 in de Wevershorn gesitueerd. Voor het begraven van geloofsgenoten werd een stuk grond aan de Liefkensstraat gekocht nadat de Winschoter joden voordien in de gemeente Pekela, waar sedert 1693 een joods kerkhof was ingericht, ter aarde waren besteld. Op het terrein aan Liefkensstraat werd ook het Israëlitisch armhuis gebouwd. Naast de begraafplaats, aan de Liefkensstraat 51, woonde de doodgraver. In zijn tuin werd een metaheerhuisje ingericht bedoeld voor de rituele reiniging van de stoffelijke overschotten. De uitvaarten werden verzorgd door tien mannen uit de joodse gemeenschap die met de kist door de achteruitgang naar het graf op de begraafplaats liepen. De joodse begraafplaats aan de Liefkensstraat kende een merkwaardig geknikte vorm, wellicht veroorzaakt door de ligging van het terrein achter bastion Scherpenhoek, onderdeel van de vroegere vestingwallen. Veel besmettelijke ziekten In de eerste helft van de negentiende eeuw kwamen vrij veel besmettelijke ziekten voor. Dit was de reden in Nederland de begraafplaatsen buiten de bebouwde kom aan te leggen. Begraven van doden in of rond kerken werd bij wet in 1827 verboden. In Winschoten werd de algemene begraafplaats rond de Marktpleinkerk vervolgens naar de Hofstraat verlegd. De gemeente Winschoten schoot te hulp door een apart gedeelte van de begraafplaats aan de Hofstraat aan de nogal armlastige Israëlitische gemeente aan te bieden waar de doden volgens de eigen joodse gebruiken konden worden begraven. De gemeente Winschoten bleef weliswaar eigenaar van de begraafplaats maar het joods kerkbestuur kreeg de grond om niet aangeboden en moest zorgen voor de verdere inrichting. De oude joodse begraafplaats aan de Liefkensstraat raakte tegelijkertijd steeds meer in verval omdat er geen onderhoud meer werd gepleegd. De houten monumenten op de graven begonnen weg te rotten. Hoewel het joodse kerkbestuur aangaf nog steeds voor onderhoud te zorgen zag het voormalige kerkhof er steeds meer uit als een braak liggend terrein. In 1894 plaatste het kerkbestuur daarom een monument op het terrein als aanduiding dat de grond een in 1828 gesloten joodse begraafplaats betrof. Op deze wijze verwachtte men klaarblijkelijk dat de rust der doden niet werd geschonden. Na de deportatie van de Winschoter kille in 1942 liet een Winschoter ingezetene er zijn schapen grazen en niet joodse bewoners van het voormalige armhuis beschouwden het kerkhof als hun achtertuin en verbouwden er groente. Na een reprimande van een inspecteur van het Nederlands˗Israëlitisch Kerkgenootschap werden deze activiteiten weliswaar gestaakt maar het zal het opperrabbinaat gesterkt hebben in de gedachte mee te werken aan de ontruiming van het kerkhof tijdens de doorbraakperiode. Dat daarbij niet alle graven werden gedolven blijkt nu bij de recente opgravingen aan de Liefkensstraat waarbij nog eens 16 graven werden blootgelegd. Sint Vitusholt De stoffelijke resten zullen nu alsnog naar de joodse begraafplaats het Sint Vitusholt worden overgebracht. Van de begraafplaats aan het Sint Vitusholt kan nog worden vermeld dat deze rond 1930 vol raakte en dat de kille uitkeek naar de inrichting van een derde begraafplaats. Na wat geharrewar over een aantal percelen werd uiteindelijk in 1937 een stuk grond achter de begraafplaats aan de Acacialaan aangekocht. Dit grondstuk werd in oorlogstijd door de Duitsers onteigend en in 1944 door de gemeente Winschoten overgenomen. Na de oorlog bleek de ruimte op de begraafplaats aan het Sint Vitusholt voor de achtergebleven joden voldoende. Het terrein aan de Acacialaan werd door het Winschoter gemeentebestuur aan de kille teruggegeven die de grond zes jaar later wederom aan Winschoten verkocht. Een nieuwe joodse begraafplaats was immers niet meer nodig.

Auteur

Arjan Brondijk