Ben ik een harteloze zak? - column

Winschoten

Kort na elkaar zijn de levenloze lichamen gevonden van Romy van 14 uit Hoevelaken en de even oude Savannah uit Bunschoten. De meisjes zouden om het leven zijn gebracht door twee tienerjongens.

Romy werd dood aangetroffen in het water langs het Emelaarsepad in Achterveld; Savannah daags erna in een sloot bij industrieterrein De Kronkels in Bunschoten, een paar kilometer verderop. Op sociale media ging meteen het verhaal rond over twee inzittenden van een zwarte auto die meisjes in de regio waar Savannah en Romy zijn gevonden lastig zouden vallen. Nadat korte tijd daarna meldingen kwamen van vermissingen van tienermeisjes en -jongens elders in den lande, werd - hier kon je op wachten - gewag gedaan van een seriemoordenaar of seriemoordenaars, die op gezette tijden en volkomen willekeurig jongens en meisjes van straat plukte(n). Inmiddels in de kou wat uit de lucht, nadat het onderzoeksteam bekend maakte dat er geen verband is tussen beide feiten. De dood van Savannah en Romy worden beschouwd als twee op zich staande zaken. Wel druppelen nog goed bedoelde tips Twitter en Facebook binnen over hoe tieners hun mobiele telefoon kunnen instellen als er gevaar dreigt; van het intoetsen van een alarmknop tot het filmen van de dader of daders. Verder passeren regelmatig oproepen de revue met de vraag om bijvoorbeeld een hartje te plaatsen bij een bericht over de dood van Romy en Savannah, ten teken dat je het erg vindt dat beide meisjes op gruwelijke wijze aan hun einde zijn gekomen. Waarom is mij een raadsel. Ben ik een harteloze zak als ik geen hartje plaats? Of leef ik niet mee als ik geen tips geef aan meisjes of jongens wat ze moeten doen als ze in het nauw worden gedreven door kwaadwilligen? 'Het is goed bedoeld', is dan het weerwoord, 'want de laatste tijd wordt het alleen maar erger'. Neen geachte Facebook-vriend en -vriendin, dit blijkt niet uit de cijfers. Jaarlijks raken in Nederland 40.000 mensen voor korte of langere tijd zoek. Tachtig procent wordt binnen 48 uur teruggevonden. In de regel zijn er van dit aantal slechts 25 die binnen een jaar niet terugkomen. Het gaat daarbij om zowel kinderen, mannen als vrouwen, maar ook om personen die geen verblijfsstatus krijgen en dan de benen nemen. Vermiste personen die blijken te zijn vermoord zijn op de vingers van één hand te tellen. Dat is nu zo, maar dat was tig jaren geleden ook al zo. Het verschil tussen vroeger en tegenwoordig is dat nagenoeg alles op social media wordt gedeeld, dat er meteen een Amber Alert of een Burgernet-oproep de wereld in wordt geslingerd. Een bejaarde die in een verzorgingshuis even een tukje doet, wordt na een paar tellen als vermist opgegeven; een kind dat iets te lang op het toilet blijft zitten idem dito. Vervolgens worden de berichten in een mum van tijd gedeeld. Daarmee ook (juist) het gevoel van onveiligheid aanwakkerend. De tijd dat je onbezorgd naar Spanje op vakantie ging, je ouders belde op de dag dat je was aangekomen, vervolgens een kaartje (waarom? het kaartje viel doorgaans pas op de deurmat als je al lang en breed terug was) op de bus deed met de tekst 'Het is hier mooi weer' (met - in een gekke bui - een getekend zonnetje) is verleden tijd. Nu moet er bijna dagelijks contact zijn, anders bestaat de kans dat Interpol je hotelkamer binnenstapt.

Auteur

Arjan Brondijk