Ik zou haar meer missen als ze verongelukt - column

Winschoten

Een herhaling, natuurlijk. Toch blijf ik gefascineerd kijken. Dit keer worden in 'Ik vertrek' Henk en Nies gevolgd. Beiden hebben een oud-schoolgebouw gekocht in de voormalige DDR. Het plan is om er appartementen in te maken voor de verhuur, maar het blijkt een geldverslindend bouwval te zijn. Goh.

Dat hadden Henk (al 64) en zijn jongere Nies niet verwacht. Weliswaar is het immense gebouw van binnen een puinhoop, is er geen verwarming en - als klap op de vuurpijl - lekt het dak slechts op 23 plaatsen, maar de schade is te overzien, vindt het stel. Henk wil de hele verbouwing zelf doen, noodgedwongen, want er is amper geld. Henk zat in de houtkachelhandel, maar de crisis speelde hem parten. Nies moet daarom in Nederland blijven werken, zodat er zo nu en dan ook beleg op het brood kan. Ook verzorgt ze haar 89-jarige moeder. Hoewel Henk de hamer ter hand neemt, heeft Nies het constant over 'wij verbouwen', want technisch inzicht heeft ze, zo blijkt. 'Dan gaat dit er uit en komt dit er in'. Een kozijn Nies, zo'n ding noemt men een kozijn. En dat rechthoekige ding is een deur. Henk en Nies blijven positief. Hun dorpje in voormalig Oost-Duitsland is een droombestemming. Automobilisten stoppen zelfs voor mensen die willen oversteken. Kom daar in Wijk bij Duurstede maar eens om. Alles is hier relaxt, zegt Henk. Vol trots laten ze het dorpje zien. Er is een markt met drie kraampjes, bemand door lieden die Hitler nog hebben zien opgroeien. Een marktkoopman van naar schatting 110 jaar oud knoopt een gesprek aan. Naast de kraam staat een Wartburg. Henk en Nies kopen een slaplantje. 'Sla voor het vogeltje', zegt de marktkoopman, 'dat het overeind blijft'. Om eraan toe te voegen: 'Nee, jullie vögeln niet meer'. Henk en Nies kijken of ze het in Keulen horen donderen. In het dorpje is het volgens Nies nog wel erg stil, het leven moet er nog een beetje inkomen. Om haar woorden te onderstrepen wordt een oude man met stok, de enige die zich die dag op straat waagt, getoond. Een goudmijn voor verhuurders van appartementen, dat is wel duidelijk. Voor Henk schijnt altijd de zon. Toch ziet hij in dat het een megaklus is om het geheel af te krijgen. Een lening bij de bank, om personeel in te huren, krijgen ze echter niet. Hem rest dus niets anders dan stug door te gaan, terwijl Nies in Nederland blijft werken. Om toch aan geld te komen wordt eerst de levensverzekering afgekocht, later zegt Nies haar baan op omdat ze anders geen aanspraak kan maken op het partnerpensioen van Henk. Er komt hierdoor nog minder geld binnen, maar een kniesoor die daar op let. In de periode, ruim een jaar, dat ze gescheiden van elkaar leefden, hielden ze via Skype of telefoon contact. Beiden kunnen hier prima mee omgaan, al toont Henk nog wel enige emotie. 'Het gaat prima met en prima zonder, wonderbaarlijk. Tuurlijk, ik zou haar meer missen als ze verongelukt'. Dat doet Nies niet. Nadat ze afscheid neemt van haar doodzieke moeder ('Dag lieverd, gauw beter worden, we bellen') rijdt ze naar het beloofde land. Daar verkoopt ze de auto, om geld te kunnen kopen voor materialen. Spijt hebben ze niet. 'Het is een prachtig plekje, het moet alleen nog even af'. Nies sluit af met een vrolijke noot: 'Ik ben hier wel gelukkig, het is alleen de rommel waar je overheen moet stappen' Nog pakweg 20 jaar Nies, dan kun je genieten met Henk. Het komt jullie toe.

Auteur

Arjan Brondijk