Enno Smit uit Beerta 75 jaar lid van de FNV

Beerta

Enno Smit (91) werd vrijdagmiddag in het zonnetje gezet door voorzitter Jan Jager van FNV Lokaal Oost-Groningen en bestuurslid Henk Poot. De geboren en getogen Beertster is maar liefst 75 lid van de vakbond.

"Dit komt uiteraard zelden voor", zegt Poot. "In de - toen nog - afdeling Veenkoloniën was er ooit ook iemand die 75 jaar lid was van de FNV." Enno kreeg als dank een fraai beeldje. En voor zijn vrouw Jantje, die nog altijd zelfstandig woont (Enno verblijft sinds april in verzorgingshuis De Tjamme), was er een boeket bloemen. De Beertster heeft inmiddels een hele collectie beeldjes van het FNV ontvangen. "De laatste keer dat hij werd geëerd was vijf jaar geleden", zegt Jantje. "Hij kreeg toen ook een beeldje en een taart. Daarnaast werden we getrakteerd op een bezoekje aan de Chinees", om er aan toe te voegen, "aardig natuurlijk, maar dou mie moar stamppot dreuge bonen, ha, ha." Werkzame leven Terwijl een verpleegster thee in schenkt en Jantje met de koektrommel rond gaat, vertelt Enno over zijn werkzame leven. De decorandus heeft jarenlang in de bouw gezeten. Verbouwingen, renoveren van huizen en dergelijke. Hij werkte onder meer bij Van Delden in Winschoten. "Een prima baas", aldus Enno, die daar begon als knecht, maar later zelf ook de leiding kreeg. "En hoe was u als leidinggevende", wil Jager weten. "Ik was ook een beste baas, geloof ik", lacht Enno. Tot zijn vervroegde uitdiensttreding vanwege een schouderkwetsuur was de gemeente Beerta en omstreken zijn werkterrein. "We hadden ook wel eens klusjes in bijvorbeeld Slochteren", legt Enno uit. "Ik ging dan met de motor, een BMW, op en neer." Eén van zijn passies was, en is nog altijd, sport. En dan met name voetbal. "Ik heb vele jaren gevoetbald, bij THOS, als stopper-spil. Sport heb ik altijd mooi gevonden. Ik heb bijvoorbeeld ook een tijdje op een biljartclub gezeten." Nederlands-Indië Als voetbal ter sprake komt, gaan Enno's gedachten terug naar Nederlands-Indië, waar hij als militair ('Ik zat bij de zware mortieren') een aantal jaren heeft gevochten. "Praat me niet over Japanners. Schoften waren het." Enno's stem slaat over als hij over die periode praat. "Omdat ik goed kon voetballen, moest ik dat daar ook laten zien. Vonden die Japanners dat ik niet goed m'n best deed, en kreeg ik een geweer op m'n hoofd gericht. Ik heb er geen goed woord voor over." "Wij waren ook bij de laatste reünie van oud-Indiëgangers in de kazerne in Assen", vult Jantje aan, "maar daar waren weinig mensen meer van over. Negentien uit het hele land." "Tja, we worden ouder hé", drukt Enno zich eufemistisch uit. Enno en Jantje hebben twee kinderen, een dochter (Hilly) en een zoon, Enno, vernoemd naar zijn vader. Enno junior woont in Beilen en is ook lid van de FNV. "Ook alweer 25 jaar", zegt Janny, die zegt dat haar man het prima naar zijn zin heeft in De Tjamme. "Als hij een middagje thuis is, wordt hij rond een uur of half vijf alweer onrustig. "Kom hoor", zegt hij dan, "ik moet weer terug. We krijgen zo eten."

Auteur

Arjan Brondijk