Achter de schermen van De Klinker - Cabaretfrustratie

Winschoten

Altijd al willen weten wat er backstage gebeurt in De Klinker? Diverse medewerkers van het Winschoter cultuurhuis lichten een tipje van de sluier op.

Laatst las ik in de krant dat Nederland zo’n 215 cabaretiers kent, waarvan ongeveer 30 procent ook daadwerkelijk kan leven. Hoe die anderen dan overleven stond er niet bij maar waarschijnlijk hebben ze een bijbaantje of een kostwinnende partner. Ik had het er laatst over met enkele impresario’s en ook zij vonden dat er teveel cabaretiers in ons kleine landje zijn. In het wereldje van impresario’s en theaterprogrammeurs onderscheiden we groot en klein cabaret. Kent u het verschil? Niet..., nou groot cabaret zijn de cabaretiers waarvoor de zalen moeiteloos vollopen en kleine cabaret zijn de onbekende namen die het ‘nog moeten gaan maken’. En met zoveel concurrentie valt dat natuurlijk niet mee. En het wordt nog lastiger als het publiek niet warm voor je loopt. Er was een tijd dat de zalen moeiteloos volliepen voor welke vorm van cabaret dan ook. Groot of klein, het maakte niet als er maar gelachen kon worden. Dat is tegenwoordig anders. Ja, de grote namen zoals Jochem Myjer, Bert Visscher, Theo Maassen, Brigitte Kaandorp, Claudia de Brey, en zo zijn er nog wel een paar meer, zijn nog steeds snel uitverkocht en dus wil ik ze ook graag boeken voor De Klinker. Maar ja dat valt nog niet mee want zij bepalen zelf, en dus niet persé hun impresario, waar ze wel en niet willen spelen. En de meeste wonen in de randstad en vinden Oost-Groningen ver weg, te ver weg. Ja, die nieuwe nog onbekende talenten, die willen wel graag naar Winschoten komen, gelukkig maar want zij zijn misschien de grote naam van de toekomst. Nou is het zo dat die ‘grote’ cabaretiers en die ‘kleine’ soms hetzelfde boekingsbureau hebben en dan zeg ik tegen zo’n impresario: ‘Ik wil hem of haar wel boeken, maar dan wil ik ook graag een grote naam van je’. ‘Ja, ja’ wordt er dan gemompeld, ‘dat begrijpen we, ik weet niet of dat wel gaat lukken, maar zullen we eerst de kleine doen’? En dat doe je dan maar en hoop je dat je later ook een grote naam aangeboden zult krijgen. De titel van dit stukje heet cabaretfrustratie en komt voor uit het feit dat veel mensen aan mij vragen waarom Youp van ’t Hek of Jochem Myjer of Ronald Goedemondt of Theo Maassen of..., niet in De Klinker staan. De ‘nieuwe’ Klinker is natuurlijk nog pas 2,5 jaar open en het kost zeker een jaar of vijf om goodwill bij de artiesten op te bouwen. Inmiddels hebben Bert Visscheer en Herman van Veen en Ali B. én Veldhuis en Kemper de weg naar De Klinker gevonden en zij komen zelfs terug omdat ze het hier leuk vinden, het fijne publiek, de collegiale theatermedewerkers en de mooie sfeervolle theaterzaal. En daarom vraag ik hen ook om dit door te vertellen aan hun collega’s die hier nog niet zijn geweest. Misschien raak ik dan verlost van mijn cabaretfrustratie. Leo Hegge, directeur De Klinker

Auteur

Arjan Brondijk