Er viel eentje dood neer, en toen konden we weer naar huis - column

Winschoten

De bakker waarvoor ik in een grijs verleden werkte had kort na Oud en Nieuw nog 'iets' voor mij. Zijn stem klonk, voor de telefoon althans, opgewekt. Dit 'iets' bleek echter geen verrassingspaket te zijn, laat staan geld, maar een verkeersboete.

De bestuurder van de bestelbus had klaarblijkelijk haast, wat haarfijn was vastgelegd door een ijverige agent met lasergun of flitsapparaat. En die bestuurder was ik. Of de wegpiraat tachtig gulden, toen nog, wilde overmaken naar de rekening van het Centraal Justieel Incassobureau. Mijn verweer dat het toch echt de schuld van de bakker was, daar hij de bestelling voor een supermarkt had vergeten klaar te maken, en het ondoenlijk was om in pakweg vijf minuten van Appingedam naar Termunten te rijden, hield geen stand. 'Maar u zei, opschieten, de supermarkt gaat over vijf minuten open....' 'Kan zijn, maar het is toch jouw eigen verantwoordelijkheid.' Met een triomfantelijk gebaar kreeg ik de verkeersboete in mijn handen gedrukt. In plaats van de boete in de prullenbak te deponeren - de bestelbus stond immers op zijn naam - maakte ik het bedrag, met veel tegenzin, over. Ik weet precies wanneer ik ben geflitst; op mijn laatste dag als broodbezorger. Een dag, die ik traditiegetrouw afsloot bij een 93-jarige mevrouw, wonend in een aanleunwoning bij een verzorgingstehuis. Na mijn laatste rit, pakte ik, zoals altijd de fiets, reed naar haar toe en leverde haar bestelling af. Ze bestelde iedere zaterdag hetzelfde, een aantal luxe broodjes en een zakje noga. Ik kreeg dan een bakje koffie, we praatten over koetjes en kalfjes, waarna ik naar huis fietste. Aanvankelijk was het vanuit een misplaatste vorm van beleefdheid, dat ik een gesprek met haar aanknoopte, later keek ik er naar uit. Ze vertelde (veel) over haar jeugd, haar werkzame leven en over haar man. Haar kinderen, goed voorbereid op de nabije toekomst, hadden een gezamenlijke begraafplaats gekocht. Dit tot ongenoegen van de hoogbejaarde vrouw. 'Ik ga echt niet naast die kerel liggen als ik dood ben. 'k Heb het bijna vijftig jaar met hem uitgehouden, maar ben blij dat ik van hem af ben', vertrouwde ze me toe. De zaterdag vóór mijn laatste werkdag, had ze groot nieuws. Aan het einde van de middag stond er namelijk een modeshow op het programma. De kleding zou, op een heuse catwalk, worden geshowd door een aantal bewoners. Ze keek hier naar uit. 'En', informeerde ik een week later, 'hoe was de modeshow?' 'Viel tegen. Na tien minuten viel er eentje dood neer en toen konden we weer naar huis. Nog koffie?' Arjan Brondijk

Auteur

Arjan Brondijk