Klots - Menno (column David Stolk)

Winschoten

Een snackbar is iets Nederlands. In Duitsland een Imbis, in België een frietkot en in Engeland fish and chips. Wij kennen een snackbar. En er zijn roemruchte snackbars. En vast ook in ieder dorp en iedere stad. Zo ook in Winschoten.

In Winschoten wordt een snackbar vaak aangeduid met de voornaam van de uitbater. Ruud (Monkie), Koos (Hollyfood), Abe (Maintebos) en Menno. Maar Menno heet ook Snackbar Menno, naar de oprichter. En de uitbater heet Erik. Tuf. Tuf, zo genoemd omdat (over)grootvader als eerste een auto had in Winschoten, althans zover reikt mijn kennis. Er werd zelf ooit op een geboortekaartje vermeld... ‘puf puf puf, er is weer een Tuf.’ Zo wil de overlevering. Ik rijd dagelijks een keer of vier langs Snackbar Menno, u weet wel met zijn lekkere kippen. Bij mooi weer zit de oprichter, Menno, op zijn stoepje te zien dat het goed was. In de snackbar hebben ze rechts een soort bargedeelte ingericht. Een hoekje waar altijd een paar mannen zitten. Geen bier en geen frikandel speciaal, maar gewoon lekker ‘kwakkn’. In een snackbar gebeurt altijd wat. Helemaal als je tegenover het station bent gevestigd. Af en toe koop ik eens wat bij Erik, snackbar Menno. Zo laatst. Zo fout mogelijk parkeren Wanneer je met de auto naar Menno gaat, is het de kunst zo fout mogelijk te parkeren. Naast het etablissement staan een verlopen BMW, een te grote RAM en nog wat auto’s en busjes schots en scheef. Het vrij parkeren wordt hier wel heel letterlijk genomen. Maar geen probleem. Ik was er dus laatst, zogezegd. Mijn auto had ik met knipperlichten aan op het fietspad neergezet. ‘Dat kin wel eem’. stelde Erik mij gerust. Na drie keer trekken, zag ik een handgeschreven briefje, duwen en ik was binnen. Moi! Direct welkom en warm. In de stamhoek werd vrolijk gelachen en geouwehoerd. Hier geen plaatjes, foto’s en LED-schermen, maar een letterbord. In zwart en wit. Pinnen mag. Artiestennoam Ik bestel en noem Erik per ongeluk Menno. Ik verontschuldig, maar Erik zegt, ‘Moakt dat oet, dat is mien artiestennoam!’ Er komt een man binnen. Een bekende van het uitbatersstel. Er wordt frivool moi gewenst en de man wenst de uitbaters ‘nog de beste wensen he!’ Om vervolgens de vraag te stellen; ‘Mag dat nog?’ Erik’s wederhelft bevestigt en zegt dat dat mag tot drie koningen, zes januari. ‘Oh mooi!’ zegt de man. ‘Du den mor zes krokettn, hier opdrinkn!’ Ik moet hartelijk en smakelijk gelachen. Na een drietal pogingen is het mij gelukt te pinnen. ‘Ja, hij hapert wat, hij mot eerst eem tot rust kommen, dat apperoat!’ Een ieder die in de snackbar aanwezig is, groet een welgemeend moi! Het waren slechts een kleine 15 minuten en een paar euro, maar de hele dag heb ik een vrolijke lach. Ik start de auto en groet Menno. ‘Gain kip?’ vraagt Menno. Ik antwoord: ‘Nee, dai binn naait te vreetn!’ Menno lacht en ziet dat het goed is. ‘Moi!’

Auteur

Arjan Brondijk