Klots - Luis in de pels (column David Stolk)

Winschoten

De Nederlandse publieke omroep heeft er lang op moeten wachten, maar ze zijn een kijkcijferkanon rijker. De Luizenmoeder. Op het tenenkrommende af, chargeert de serie briljant de handel en wandel op een basisschool. Ik kreeg hetzelfde gevoel van plaatsvervangende schaamte bij het kijken naar ‘The Office’ met Ricky Gervais.

  Mijn dochter zit in groep 6 van een basisschool. Bijna dagelijks sta ik op het schoolplein. Iedereen die ook regelmatig op een schoolplein staat, kan elk type uit de serie wel plaatsen bij iemand die ook op het schoolplein staat. Of in een juf, een sporadische meester of de overijverige directeur. ‘Nee, niet tegen de stroom in, maar zoek je peddel, roei met de stroom mee.’   Op de basisschool van mijn dochter dragen veel ouders hun steentje bij. Ik zelf heb oud papier opgehaald, in een ouderkoor gezeten en eten gedoneerd en gemaakt voor het kerstdiner of paasontbijt. Ik heb zelfs eens geopperd in de groepsapp om tijdens de Ramadan geen broodtrommel mee te geven, om etnisch verantwoord loyaal te zijn. Daar werd de humor niet van ingezien.   Ongeveer 1 op de 4 Nederlanders kijkt naar De Luizenmoeder, dat is in deze tijden van Netflix, Uitzending Gemist en Videoland heel veel. Onlangs moest ik mijn dochter ophalen van balletles. Het wachten duurde even want de kinderen moeten zichzelf omkleden, om privacy redenen.  Tijdens dat wachten begonnen twee moeders spontaan het lied ‘Hallo allemaal’ uit De Luizenmoeder te zingen. Zonder deze, zonder twijfel, lieve moeders te kennen, vond ik dit ietwat bijzonder. Deze serie gaat toch juist over jullie? Een paar minuten ervoor hadden ze overal commentaar op.   En daar gaat het mis met De Luizenmoeder. Iedereen ziet er iemand anders in. In de personages. Maar vooral niet zichzelf. Waar de makers en schrijvers juist probeerden een grote spiegel voor te houden, wordt hier weinig ingekeken en vooral weggedraaid.   Onlangs werd er door het onderwijzersgilde weer gestaakt. En waarschijnlijk hebben ze daar een terechte reden voor. Maar de staking treft niet het ministerie, maar de ouders die iets moeten verzinnen om hun kroost op te vangen. Ik opperde in de groepsapp om de kinderen toch naar school te brengen, als een soort stakingsbrekers. Een ouder opperde daarop dat we met ons allen ook ergens cupcakes zouden kunnen bakken. ‘Leuk!’ Antwoordde ik, zoekend naar mijn peddeltje.

Auteur

Arjan Brondijk