Klots - Buurtsuper (column David Stolk)

Winschoten

Op gezette tijden brengen wij weleens een bezoek aan de twee paar ouders in mijn geboortedorp. Soms om de dochter af te zetten, maar soms ook voor een bezoek. Aldaar lees ik, sociaal als ik ben, de halve krantenbak door. VPRO gids, NRC Handelsblad, Vrij Nederland en het dorpsblad IN’66. Het ‘Innetje’ in de volksmond. Dat ziet er nog steeds uit als in mijn jeugd. Het lijkt gestencild en getypt. De advertenties zijn er, zo lijkt, letterlijk ingeplakt. Mijn oog valt op een ingezonden mededeling van de lokale grutter. De strekking was dat de dorpsgenoten meer lokaal in boodschappen moeten voorzien, zo niet dan gaat de deur dicht. Duidelijk.

Sinds jaar en dag woon ik in Winschoten. Ik doe meestal de boodschappen. Althans de ‘lekkere’ boodschappen. De vuilniszakken, allesreiniger en toiletpapier laat ik aan iemand anders over. De boodschappen doe ik graag bij mijn lokale buurtsuper. De Spar. Mijn vrouw vindt daar iets van. Ze heeft gelijk. De Spar is duur. Maar mijns inziens wegen de voordelen zwaarder. Je kunt bijna naast de kassa parkeren, een karretje neem je zo mee, je zoekt niet ellenlang naar een diversiteit aan producten, een tasje hoef je niet te kopen want de doosjes staan naast de kassa, bij alle twee kassa’s kun je pinnen en contant betalen en je hoeft niet naar de een andere balie om sigaretten te kopen. In mijn jeugd waren er in Nieuwolda zelfs vier soort van grutters. De Spar van Arkema, Sparkema, de Attent, Jan en Geke Klei en de SRV man. Hoewel ik bij Klei alleen ooit een vishengel heb gekocht en misschien een zakje zuurtjes. Op de lagere school mocht ik van de meester in de pauze bij de Attent een pakje shag gaan kopen. Wisselgeld mocht je dan houden. Mijn moeder stuurde mij regelmatig ‘op boodschap’. Dat werd dan opgeschreven en soms bezorgd. Onlangs moest ik een boodschap doen bij de grootste grutter van Nederland. Op zondag. Het leek een zaterdag. Ik moest brie kopen. Voor de zaak. Eindelijk had ik de koeling gevonden met diverse kazen. Voor mij stond gebukt een man die hardop fluisterend: ‘Kaas, kaas, kaas en nog eens kaas,’ riep. Met in zijn hand een gratis kop koffie. Nadat ik een paar punten brie had gepakt, ging de kassa, waar ik stond opgesteld, net dicht. De man voor mij had niet gezien dat hij alleen kon pinnen en de vrouw daarvoor had een opengescheurd bakje geitenkaas met honing. Op Radio 1 hoorde ik dat de consumentenbond had onderzocht dat de Spar in alle gevallen duurder was dan de concurrenten. En terecht dacht ik. Waar vind je nu nog een dergelijke onbevangen en vanzelfsprekende service. Ik blijf de Spar trouw. En de Spar mij. Tijdens mijn laatste boodschap, sprak een andere klant mij direct en vrolijk aan. ‘Hee, dien veter zit los, straks valst nog. Kist weer op boodschap! Prettig weekend!’ Ik glimlach en geniet van het moment. De boodschappen zet ik op de bijrijdersstoel en het zakje zoute pinda’s lijkt mij aan te kijken. Van de Spar! Yeah!

Auteur

Arjan Brondijk