Klots - Pieter (column David Stolk)

Winschoten

‘Moi, Pieter.’

Ik stak mijn hand uit. Pieter keek op en glimlachte. ‘Hee hallo, wat goed dat je er bent.’ Hij gaf een ferme handdruk en ik legde de tweede hand erover heen. Zonder iets verder te zeggen, gingen we uit elkaar. Wetende dat het goed was. Begin januari werd ons gevraagd het jaarlijkse ‘burgemeestersdiner’ te organiseren. Nagenoeg alle burgervaders en -moeders gaven acte de présence. De primus inter pares, de commissaris, nam ook deel. Een enkele nam afscheid. De speeches volgden elkaar op. Het duurde. Vanachter het kamerscherm keek ik naar het restaurant. Onze burgervader, Pieter, keek mij recht aan. Ik liet blijken met een oogopslag dat het lang duurde. Pieter knipoogde en liet blijken dat het goed kwam. Aan het begin van de avond kregen wij het bericht dat Pieter plotseling was overleden. En niet eens via de sociale media. Het medium waar Pieter op excelleerde. Iedereen te woord stond. Op alles en iedereen reageerde. Altijd met het grootste respect. Zonder aanziens des persoons. Soms werd het hem ook weleens te gek. Dat liet hij dan ook weten. In keurige en nette bewoording. Zonder enige disrespect. De buurman vertelde het nieuws. Ongeloof. Onze burgervader was letterlijk de burgervader. De vader van alle inwoners. In diverse hoedanigheden heb ik hem mogen meemaken. Nooit heb ik hem kunnen betrappen op enige dubbele agenda of vooringenomenheid. Een aantal jaren geleden schudde de aarde onder mij. Ook Pieter kreeg hier gehoor van. Vele verhalen kwamen en gingen. Pieter bleef nuchter en zocht de nuance. Hij schudde, als anders, altijd de hand. Hij keek je dan aan en je zag dat het goed was. Pieter was overal. Hij was nergens te groot voor. Wij verliezen een groot man. Letterlijk en figuurlijk. De man die niet alleen De Blauwe Loper bouwde, maar vooral bruggen bouwde. Bruggen die vooral hier erg nodig zijn. Mijn achterbuurman vertelde dat Pieter Smit was overleden. Ik dacht aan verschillende naamgenoten, maar niet aan Pieter. Over tien jaar weet ik nog waar ik was. Toen ik het bericht kreeg. Moi, Pieter.

Auteur

Arjan Brondijk