Klots - Mens, erger je niet (column David Stolk)

Winschoten

De vader van mijn vader, mijn grootvader, had een voorliefde voor bepaalde bordspelen. In de tijd dat ik nog de lagere school bezocht had je naast de klassieke bordspelen ook een aantal nieuwe, in opkomst zijnde, spelen. Van MB. Of Hasbro uit Ter Apel. Zoals Spookslot, Hotel, Levensweg en Dr. Bibber met licht en geluid.

Mijn opa was daar wars van. Bij de vele logeerpartijen in Bilthoven kwam steevast of Scrabble of 'Mens, erger je niet' op tafel. Elke keer wist mijn opa dan te melden dat dit de luxe uitvoering was van Mens, erger je niet. Met zo’n koepeltje in het midden, waarop je moest drukken zodat de dobbelsteen rolde. Zodra mijn opa de doos uit de kast haalde, begon het ergeren. Vooral mijn oma zag dan groen en geel. De tweede week van april werd een zomerse week. Temperaturen van boven de 25 graden. Zodra de zon dusdanig schijnt, gaat Nederland erop uit. Zo ook naar het restaurant aan het Oldambtmeer. Het terras aldaar is dan snel te klein. De mens laat zich op dat soort momenten soms van zijn slechtste kant zien. Stoelen worden bij tafels weggetrokken, tafels verplaatst en meubilair van binnen naar buiten versleept. De mens verwacht dan bediening, service en betaling binnen een kort tijdsbestek. Mocht er iets uit de keuken worden besteld, duurt even al snel te lang. Af en toe kan een mens zich dan niet gedragen. Personeel wordt geknepen, uitgekafferd, met vingergeknip gecommandeerd en als klap op de vuurpijl werd de bediening voor de voeten geworpen dat ze harder moesten lopen. In mijn jeugd, in Nieuwolda, aan het einde van de Molenkade, was het ook weleens mooi weer. Ik kan mij niet herinneren dat we ooit, buiten de vakantie, ergens op een terras gingen zitten. Mijn vader worstelde met zijn pronkbonen in de tuin, mijn moeder keutelde wat aan rondom het huis en wij sprongen van de brug in het diep of bouwden hutten in het bosje. Een sporadisch ijsje haalde je bij Buurke. Vaak een Gompie of een Calippo cola. In de huidige tijd moet de mens vermaakt worden. In de gemeente Oldambt zie je door alle evenementen nauwelijks het bos. Zoals Wim Sonneveld zong: de nieuwe tijd, net wat u zegt. Van een vol terras wordt een horecaondernemer vrolijk. Maar het kan allemaal wellicht een toontje lager. Iets minder brutaal, iets minder opgefokt. En vooral iets fatsoenlijker. Glenn Frey zong het al: Take it easy. Op dit soort dagen denk ik soms aan wijlen mijn opa. Wanneer het beroemde bordspel ter tafel kwam veranderde hij van een uiterst fatsoenlijke oud-gemeentesecretaris in een gehaaide egoïst. Als hij won of aan de beurt was, zei hij steevast: Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken. Daarna gaf hij mij een vette knipoog. Ik knipperde met beide ogen terug. Mijn oma was al groen en geel naar de keuken gespoed om al aan de warme maaltijd tussen de middag te beginnen. Mijn opa grimaste en riep haar na: Mens, erger je toch niet! Je weet toch wie het zegt! Mijn opa was een wijs man.

Auteur

Arjan Brondijk