Klots - Zoutelande (column David Stolk)

Winschoten

Mij kwam ter ore dat het dorpje op Walcheren sinds het nummer van Bløf het een stuk drukker heeft gekregen. Het schijnt zelfs zo te zijn dat het dorp haar slogan wilt aanpassen naar ‘Ben blij dat je hier bent.’ Als je de tekst leest van het liedje is het niet heel positief. Gammel strandhuis, grijze wolken en mistroostige plekken. Kortom, het is niet echt het paradijs op aarde. Toch is de Nederlander benieuwd. Benieuwd naar Zoutelande.

Mijn nieuwsgierigheid werd ook gewekt. Doorspeurend (Google) zijn er vele liedjes met plaatsnamen of plekken die normaliter bijna nooit worden bezocht. Daar wil je dood nog niet liggen, zoals ze het hier in de volksmond genuanceerd zeggen. Parris Island, Winslow Arizona (en dan op een hoek), Amarillo of zelfs dichterbij huis Nieuwe
Statenzijl. Menig autoritje op zondag voert zowel langs de viskar in Termunten als het einde en het begin van Groningen, bezongen door onze eigen Ede Staal. Daar is niets te doen. Alleen uitwaaien, naar een vogeluitkijkpost lopen of naar een te grote sluis kijken. Dat komt door Ede. Bezoekers zetten hun melodramatische pet op en beluisteren in hun hoofd Ede. Mien moan en ook mien zun.

Op de, op twee na, langste dag organiseerden wij aan de boorden van het Oldambtmeer een avond vol verhalen en columns. Ik had een plan. Met Zoutelande in mijn achterhoofd. Een plan waar alle gebieds- en regiomarketingbureaus een lekkere punt aan kunnen zuigen. Zo dacht ik. Op deze avond nodig ik twee bekende columnisten uit. Van de NRC en van de Volkskrant. Toevallig ook nog een gelukkig stel, maar dat terzijde. Die gaan dan vast in de dagen na het bezoek schrijven over Blauwestad en misschien wel het restaurant. Bingo. Heel Nederland vervoegt zich naar Blauwestad en drinken koffie of wijn en eten zich ongans in appeltaart. Althans, dat was het plan.

Een goede journalist laat zich niet sturen, laat staan een columnist. Maar mijn hoop was groot. Helemaal toen de betere wederhelft van het duo wist te melden dat ze de hoer van de journalistiek was. Alles tegen betaling. Dus dat zat wel goed. De realiteit ligt helaas anders. De maandag na het evenement staat er een column in de NRC. Ik kon niet wachten en verheugde mij op een grote like-, deel- en win-actie. De titel was uitnodigend. ‘Gastvrijheid.’ Te gek dacht ik. Ook nog een positief stuk. Verder lezend ging het alleen maar over de B&B waar wij ze hadden ondergebracht. Kak.

Mijn hoop gaat uit naar de Volkskrant van aanstaande zaterdag. Maar ik verwacht er niet al te veel van. Over een maand treden de Troebadoers op. Zij gaan zingen over het land dat het ooit was. Akkerbouw. Ik heb nog gedacht om Tol Hansse uit te nodigen om zijn grootste hit iets aan te passen en te laten zingen. ‘Blue City… tatata… Blue City… tatata… you’re so empty.’ Maar Tol is niet meer. Dat wist ik niet.

Snappen ze nu niet in het westen dat elke vorm van aandacht voor ons, de buitengebieden, goed is. Ook al druipt het cynisme er vanaf. Vraag maar aan Zoutelande. Ik heb gekeken op de website van de desbetreffende B&B. Na een aantal pogingen lukte het mij op de site te komen. Teveel verkeer. De kamers zijn tot media 2022 volgeboekt. Tatata…


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur