Klots - Laat ons weer eens juichen (column David Stolk)

Winschoten

In de tijd dat een stadion nog een mooie en normale naam had, ging ik regelmatig naar de FC. FC Groningen. Dankzij een goede kennis van pa kregen wij seizoenkaarten die wij af en toe mochten gebruiken.

Via Alfing uit Termunten. Dat waren ORG-kaarten. Ondernemers Rond Groningen. Dat heet nu Hattrick’s club of ABN Amro Business Corner. Met de zogenaamde ORG-kaarten kon je plaatsnemen op de Zuid-Tribune. Later de Tonnie van Leeuwen tribune. Uiteraard in het Oosterpark. Mijn vader parkeerde zijn auto altijd ver weg. In ieder geval niet in de wijk. Je weet maar nooit.

In mijn jeugdjaren voetbalde ik bij de plaatselijke VV. Ik had bepaalde idolen. Of in ieder geval voetballers die ik leuk vond. Waar je een bepaalde sympathie voor had. Op de een of andere manier waren dat altijd net niet de vedettes, helden of publiekslievelingen. Eerst waren het Gary Brooke, Jan Veenhof en Jos Roossien. Later Maarten de Jong, Raymond Atteveld en Danny Buijs.

Toen was voetbal nog heel gewoon. De namen van je idolen kon je als 10-jarige gewoon uitspreken, de tribune betrad je via een gewone trap, je dronk bier, cola of koffie en je at patat. Nu kun je diverse koffiesoorten bestellen, een broodje pulled pork eten en als je gewoon een potje bier bestelt, word je gevraagd of dit Pale Ale of Homebrew moet zijn. Tijdens dit WK heeft zelfs België de meest exotische achternamen. Namen als Georges Grun, Luc Nilis of Marc Degryse zijn vervangen door Romelu Lukaku, Nacer Chadli en Mousa Dembele.

De nieuwe tijd, net wat u zegt. Uiteraard moeten we met de tijd mee. Maar het gaat zo snel. De tijd lijkt op weinig plekken stil te staan. Echter, er zijn nog een paar plekken. Een aantal jaren geleden belandde ik met mijn vader op een zaterdagmiddag bij Exeter City. Een club in een van de lagere profcompetities van Engeland. ‘The Grecians’. Ze speelden tegen Accrington Stanley. Met James Beattie als ‘player-manager’. Via een aantal doorgangen en vieze piespotten namen wij plaats op de oude houten tribune. Tegenover ons stond een nieuwe tribune, een soort Zuid-tribune.

Op deze zaterdagmiddag vonden toch nog ongeveer 8000 mensen het de moeite waard om naar het ‘pompen of verzuipen’ voetbal te kijken. Achter het doel was een lage staantribune. Daarachter huizen met een garage. Daar belandde ook een bal op. De buurman was het klaarblijkelijk gewend. De trap stond al klaar. Ik haalde nog twee lauwe lagers en we genoten vooral van de ambiance.

Nog steeds kan voetbal heel gewoon zijn. Tegenwoordig volg ik WVV of Noordster liever dan menig betaalde voetbalclub. Toch is de FC mij altijd lief gebleven. Ik werd blij toen Sergio Padt bijtekende. Mede door de invloed van zijn vriendin. Op RTV Noord vertelde ze dat ze hier gelukkig zijn, dus wat wil je nog meer. Niet naar de woestijn, Amerika of een avontuur in China. Nee, gewoon in Groningen. Zoals de Bende van Baflo Bill zong: ‘Ik heb het hier ja goud!’

Ik heb goede hoop op Danny Buijs. Niet alleen om zijn ‘niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit'. Danny en in zijn kielzog Sergio kunnen de juiste mentaliteit terugbrengen. Voetballen omdat het kan en niet omdat het moet. Het is alleen die nieuwe naam van het stadion. Ik hoop dat ze het doen om het geld, maar ik verwacht wel dat Danny daar met gestrekt been tegenin gaat. Want zo is Danny.


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur