Klots - Plastic soep (column David Stolk)

Winschoten

Het doen en laten als mens en ondernemer wordt er door wet- en regelgeving niet altijd simpeler en overzichtelijker op. De nieuwe privacywetgeving bijvoorbeeld. Kleine bedrijven en verenigingen moeten ineens van alles. Alles wat ze voorheen niet deden.

De afgelopen weken werd mij duidelijk dat er een verbod komt op plastic. Wattenstaafjes, plastic flesjes en tasjes worden verboden. Of zoiets. Waarschijnlijk komt er wel een overgangsregeling voor de grotere concerns. Echter, de lokale shoarma- of visboer moet het voedsel meegeven in een duurdere papieren variant.

Sinds kort heb ik een nieuwe vriendin. Tess. Zij komt af en toe in het restaurant aan het Oldambtmeer. Met haar ouders. Soms ook met haar broers. Bij binnenkomst vraagt ze altijd of ik er ook ben. We geven elkaar een high five en ze vertelt honderduit wat er vandaag allemaal is gebeurd. Als de drukte het toelaat, brengt ze borden naar de afwas. Dan krijgt ze van iedereen een high five. Tess vindt niet alles even lekker wat ik haar voorschotel. En gelukkig zegt ze dat ook. Zonder enige rem en gêne. Voor Tess is het zoals het is.

Met grote regelmaat worden er evenementen georganiseerd in Oldambt. Vanuit de gemeente wordt bepaald dat er bij evenementen ‘uit plastic’ moet worden geschonken. Geen glas. Ieder jaar ga ik met een vriendengroep naar een grote kermis in Bremen. De organisator van dat uitje vindt dat vooral leuk. Wij doen mee. Daar kopen we pils in een gewoon glas. Met ‘Pfand’. Geen glas op de grond te bekennen.

Om de wet- en regelgeving voor te zijn, bedacht ik om met het komende evenement afbreekbaar plastic te gebruiken. Naast blauwalg en bodemplanten is een plastic soep het laatste wat het Oldambtmeer nodig heeft. Een beter milieu schijnt bij jezelf te beginnen. Want hoe watermaai je zoiets weg? Helaas. Het kan niet uit. Bij gebruik zou je ongeveer 3,50 euro moeten vragen voor een pilsje. Uit plastic. Echter wel afbreekbaar. Maar heb je dat als consument er voor over?

In een vorig horeca-leven moest de brasserie in de Torenstraat tijdens ‘de Nacht’ ook schenken in plastic. In onze eigenwijsheid wilden we dit pas invoeren na 23.00 uur. Voor de zaak stond menigeen met glas of fles. Een vrolijke medewerker vroeg eenieder het glaswerk over te schenken in plastic. Een vrolijke stamgast dronk uit zijn fles Becks. ‘Kist de fles wel mit kriegen, bukt ie mor even.’ Nog geen week later moesten wij op appel komen bij de gemeente.

Waar begint het betere milieu? Bij onszelf? Bij de consument? Bij Unilever? Privé hebben wij vier containers in de schuur staan. Zakelijk wordt er nauwelijks afval gescheiden. Alleen papier en glas. Dit is niet aan regels gebonden. Wanneer je als kleine zelfstandige ‘roomser dan de Paus’ wilt zijn, heeft dat een prijskaartje. Dit prijskaartje moet je dan weer doorberekenen aan de gast.

Bij dergelijke beslommeringen denk ik vaak aan Tess. Een aantal maanden geleden was mijn vriendin er weer. Met de hele familie. Het was minder druk, dus ze hielp waar kon. Nadat ik twee keer een selfie had gemaakt met Tess, werd haar gewenste hamburger geserveerd. Niet haar ding. ‘Bah, bleh.’ Ik genoot van haar eerlijkheid. Na het overheerlijke bolletje ijs vroeg ze mij of ik ook een ‘mevrouw’ had. Ik antwoordde bevestigend. Enigszins geïrriteerd vroeg ze hoe mijn mevrouw dan heette? Ik antwoordde dat zij Annuska heette. ‘Stomme naam!’


Auteur

arjan.brondijk