Klots - Gast aan tafel (column David Stolk)

Winschoten

Op een maandagavond in de Grote Vakantie, dat noemde je vroeger zo, zaten wij gedrieën in het favoriete Chinese restaurant. Het was op het moment dat wij binnenkwamen niet druk. Drie à vier tafels zaten honderduit te keuvelen. Twee tafels verderop zaten twee stellen. Het ene stel duidelijk jonger dan het andere. De fleurige ober bracht hun de drankjes. Rivella, tonic, cola light en een pilsje.

De jongste vrouw vertelde hem ongevraagd dat ze vandaag 81 jaar getrouwd waren. De jongste bediende keek ietwat verbaasd. De vrouw lachte heel hard. ‘Nee, man, zij 50 en wij 31 jaar, wat denkst wel!” De andere tafelgenoten grinnikten wat.

Na een intensief huwelijk van elf jaar kan het op sommige momenten weleens makkelijk zijn dat je gesprekken van andere tafels letterlijk kunt volgen. In dit geval hadden we daadwerkelijk iets te bespreken. Op een gegeven moment zei mijn dochter, ad rem als ze al is, dat we wel bij hen aan zouden kunnen schuiven. De vakantie gaat dit jaar naar Zuid-Duitsland, hoorden wij. Nu de kinderen het huis uit zijn, kunnen ze namelijk eindelijk ‘iets’ zelf plannen. Toch kwamen de kinderen nog graag thuis. 'Ik kook bijna nooit pasta of macaroni, ze zijn thuis blij dat ze sperziebonen en aardappelen krijgen.'

Het restaurant werd wat drukker. Ik aanschouwde. Er kwam een stel binnen dat op zoek was naar een mooie plek. Na drie rondjes door het restaurant kozen ze de tafel naast het 81-jarige huwelijk. Aan een ronde tafel zaten twee ouders en een zoon. De zoon had zijn vriendin meegenomen. Aan het uiterlijk te zien was zij van oosterse afkomst. Dezelfde kelner kwam aan hun tafel. De nieuwe vriendin van de zoon (mijn interpretatie) begon in het Chinees te praten tegen de vriendelijke ober. Door zijn uiterlijk zou je verwachten dat hij in het vloeiend Mandarijn of Cantonees terugpraatte, echter hij haalde verontschuldigend zijn schouder op en legde in keurig Nederlands de kaart uit.

Na vier rondes waren wij aardig verzadigd. Mijn vrouw neemt altijd twee kleine negerzoenen als dessert en een paar snoepjes. Mijn dochter begint met een kippensoep en eindigt ook met een kippensoep. Dit weten ze daar. Ik bestelde nog een witte wijn want ik wilde nog even blijven zitten. Er waren net vier gasten aangekomen met veel tattoos en lawaai. Zij vroegen of je hier ‘all you can eat’ kan doen. Inclusief bier! Dat werd helaas bevestigd en ze namen plaats. Alle aandacht van alle tafels was op hen gericht. Drie mannen. Twee met pet en hemdjes. Een vrouw met een paar zichtbare tattoos. Waarvan één half op haar borst. Ik ontcijferde iets met ‘mijn eigen leven’.

De vrouw van de twee tafels verderop ging onverstoorbaar verder. Ze legde haar gasten de gerechten uit in Gronings Chinees. Ze gingen voor de vijfde ronde. Ze deden gek. Ze bestelden nog een keer wat drinken. Twee Radler 0,0 en een tonic. ‘Zunder ijs hoor, dat vind ik altied zo dom, al dat ijs in het frisdrinken.’ De oudere man in het gezelschap vertelde dat je in Indonesië nooit ijs kreeg, daar kreeg je gewoon een blikje. ‘Doar kin je lekker eten!’ zei de man glunderend. Ik rekende af en liep langs hun tafel. Ik wenste ze een fijne vakantie.


Auteur

arjan.brondijk