De tekeningen van Wim Romijn (4)

Vriescheloo

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden op deze site één van zijn tekeningen.... Dit keer veulens.

“Komde-ge zo stillekes an hier op an, ik denk dè ‘t perd gi vulle (veulenen).”

Een spannende traditie. Na het telefoontje ( meestal 's nachts )  op de motorfiets over dijken en polderwegen naar de boerderij waar ik vele geboorten van trekpaarden en Haflingers heb meebeleefd. Ook op andere adressen mocht ik aanwezig zijn bij de geboorten van pony’s en Gelderse paarden. Hoe zwaar het veulen ook kon zijn, ik stelde er eer in om de natte boreling vanuit de kraamstal of het weiland naar de paardenstal te dragen.

De ontwikkeling van een paar van deze veulens heb ik kunnen volgen. Zoals die van een warmbloedhengst die al als veulen geen makkelijke broeder was. Wanneer hij in de hakkepezen van zijn moeder beet of haar uier als boksbal gebruikte door er vele harde stoten met de snuit tegen te geven , deinsde hij er niet voor terug  naar haar uit te halen als ze hem tot de orde riep ( ze beet hem in zijn kont ).  

Of van het trekpaardveulen dat bij helder maanlicht in het veld werd geboren en dat ik in mijn armen naar stal bracht. In de eerste fase van haar leven wist het merrieveulen amper raad met de overvloed aan melk. De gehele dag liep ze rond met een naar zure melk ruikende natte snuit. Uit elk uitsteeksel verwachtte ze melk te kunnen lurken; rook eerst aan mijn gezicht, klemde vervolgens haar tandeloze mondje om mijn neus en begon te zuigen. 

Echter, de eerste kennismakingen met veulens waren in mijn jeugd. Ik deed vrijwilligerswerk bij een ponyclub en leerde daar Bella kennen; een bonte Shetlandermerrie die door een ponyhandelaar aan de vereniging werd verhuurd. Heel wat kinderen van minder draagkrachtige ouders hebben op haar leren paardrijden. Ik had een voorliefde voor haar vanwege haar zachte karakter en het weten dat bij een jaar gust blijven er voor haar geen plek meer zou zijn op deze wereld. Het was juist deze merrie die mij enige tijd met gevoelens van teleurstelling en afwijzing heeft laten lopen.

Toen ik bezig was met me op te dringen aan haar veulen, draaide ze zich naar me om en sloeg tussen mijn benen ( bij paarden spreekt men niet van schoppen ). Al waren haar beentjes te kort om schade te kunnen aanrichten, toch was ik geraakt. Door mijn gebrek aan kennis van de paardennatuur kon ik destijds niet begrijpen dat een merrie te allen tijde eerstens voor haar veulen kiest en het in bescherming neemt. Het afgebeelde Shetlanderhengstje kreeg dorst op het moment dat zijn moeder net was gaan liggen. Klieren, zich tegen haar aandrukken en in haar manenkam bijten.

Daarna worstelde hij zich onder het hoofd van de merrie; toen hiermee niet het beoogde doel werd bereikt, begon hij naar zijn moeder te slaan. De merrie komt overeind en laat hem drinken, waarna hij vlak voor haar voorbenen gaat liggen om te slapen.

Dan was er nog een bijzondere trekpaardmerrie; zij was minnemoeder en zoogde ook het veulen van een overleden merrie. Zij had helemaal geen leven. Als ze al een keertje de tijd nam om languit te rusten, was er minstens een die haar uit de slaap haalde en waarbij een poging om op haar uier te gaan staan niet werd geschuwd.
 


Auteur

arjan.brondijk