Klots - Zonnebril (column David Stolk)

Winschoten

Deze column schrijf ik aan de rand van een zwembad. Rechts van mij staat een nieuwe gin en tonic, voor mij ligt mijn dochter in het water en naast mij ligt mijn vrouw de biografie van The Boss te lezen.

U begrijpt het is vakantie. Iets later dan normaal. Maar met een dergelijk vak is dat noodzaak. Zo vertelde ik de schoolleiding. Vanochtend werd het eiland geteisterd door onweer, regen en harde wind. We wisten niet waar we het zoeken moesten. Wat moet je in godsnaam doen op een dergelijk eiland waar je of ’s nachts leeft of dronken in de zon ligt. Er is bijvoorbeeld geen Ballorig of Jump XL of pretpark annex dierentuin.

Meerdere gasten liepen duidelijk met hun ziel onder de arm. Menigeen zocht de warmte en de droogte van de bar. Daar werd de koffie al snel vervangen door bier en het toast van het ontbijt door cheeseburgers en nachos met kaas. Dat mag op vakantie. Vooral als het slecht weer is. Mijn dochter en ik besloten een toneelstukje te schrijven over wat te doen bij regen op Ibiza. Op de laatste avond, de bonteavond, voeren we het stuk op.

Een drietal jaren geleden heb ik mijn vrouw een mooie zonnebril op haar verjaardag gegeven. Tenminste ik vond de bril mooi. Zij niet. Zij zweert bij van die grote zonnebrillen met van die bijenglazen. Naast Penelope von Smyth voel ik mij vaak de ‘poolboy’ of Tipi Wan. De bediende in ieder geval. En feitelijk klopt dat ook. In de vakantie worden de rollen omgedraaid.

Wij besloten, mede door het weer, naar het nabije stadje te gaan. Er moesten namelijk nog hoeden worden gekocht en een grote eenhoorn voor in zee. De regen was inmiddels gestopt en we gingen te voet langs de afvalbergen van de diverse hotels en clubs naar het vreselijke centrum van het naburige plaatsje. In een grote winkel kochten we alles wat we schijnbaar nodig hadden. Plus een volleybal. Dat vond ik leuk. Mijn vrouw vroeg hoe duur die was.

‘Gaan jullie vast in de rij staan, dan kijk ik nog even rond?’ De rij was hier erg lang. Bijna alle toeristen hadden hetzelfde idee, dat dit een uitstekend moment was om souvenirs te kopen. Na ruim een half uur mocht ik afrekenen. Toen dat was gebeurd had mijn vrouw nog een klein dingetje gevonden. Iets waar we niet zonder konden. Naast de kassa stond een groot rek met zonnebrillen in alle soorten en maten. Ik checkte of de zonnebril, die ik mijn vrouw ooit had gegeven nog op mijn hoofd zat.

Na de terugtocht via het strand, klaarde het op. We togen ons naar het strand en de Middellandse zee liet zich door de harde wind van haar wilde kant zien. Sinds mij jeugd ben ik al gek op de zee en vooral de hoge golven. Ik rende met de vers opgeblazen flamingo de zee in. Ik zong hardop het nummer van Baywatch. De golven en de stroming waren hoog en sterk. Na de derde golf viel mijn zonnebril af en verdween in de branding. In de kiosk van het hotel kocht ik een nieuwe. ‘Veertig euro zeker?’ vroeg mijn vrouw.


Auteur

arjan.brondijk