De tekeningen van Wim Romijn (6)

Vriescheloo

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden op deze site één van zijn tekeningen.... Dit keer wroeging.

Te midden van de bossen van de Utrechtse Heuvelrug groeide ik op. Bosdieren, vogels, bomen en struiken hadden mijn grote interesse. Landgoed Den Treek bij Oud-Leusden was mijn stukje boerenbuiten met omzoomde weilanden, bosstroken en een kronkelend beekje. Ik proefde van de rust, natuur en landelijke luwte.

’s Morgens nog voor de boeren gingen melken, hoorde ik het geloei van zwartbonte Fries-Hollanse koeien, erom smekend verlost te worden van hun zware melklast. Daar bij boerderij “Ooievaarshorst” zag ik schobberende varkens in een weiland met hoogstam vruchtbomen waar ze bij zomerse temperaturen schaduw onder zochten of anders wel in een sloot. Het waren voor mij de weinige ontmoetingen met landbouwhuisdieren. Dat veranderde na mijn verhuizing naar het platteland. 

Met genoegen

Met genoegen denk ik terug aan mijn ontmoetingen met Gelderse paarden. Op de fiets was ik op weg naar een boerenfokker van dit ras. Bij de actie een op de dijk uitgebroken schaap over de afzetting terug te zetten, verrekte ik rugspieren. Bij de boerderij aangekomen zouden er twee merries  verweid worden. Als een houten Klaas zat ik op een ongezadelde merrie en wat deed dit brave dier?  Telkens wanneer ik, als gevolg van de pijnlijke blessure, van haar af dreigde te glijden, ging ze van draf onmiddellijk in stap over. Het voorval met het schaap vormde de aanloop naar meer ervaringen met schapen.

Niet ver weg van de uitbraakplek zag ik later hoe een schapenhandelaar een aantal schapen in een grote trailer laadde. Ik besloot hem daarbij te helpen, niet om hem een dienst te bewijzen, maar vanwege zijn grove omgang met de dieren. Voor de tweede keer ervoer ik het gewicht van schapen.

Net in de twintig

Net in de twintig moet ik geweest zijn toen een nieuwe ervaring met schapen zich aandiende. Tijdens een polderwandeling over een uiterwaard verrast noodweer mij, de regen komt met bakken uit de hemel. In een weiland, in de modder, ligt een in elkaar gedoken schaap dat zich heeft afgezonderd van de kudde. Hij blaat onophoudelijk en laat zich gedwee aanraken. Door het bijna volledig ontbreken van vacht maakt hij een verkleumde indruk.

Na thuiskomst besluit ik terug te keren. In de schemerige verte zie ik hem op dezelfde plek liggen. Vrijwel levenloos, zijn oren voelen ijskoud aan als teken van onderkoeling. Zinloos, tegen beter weten in besluit ik toch hem als een zoutzak over mijn schouder naar huis te dragen, over zeer drassig land met meerdere prikkeldraad  afzettingen  en dan tegen een dijktalud op. Het is inmiddels donker geworden. In de verte nadert over de dijk een auto. Om moeilijkheden te voorkomen (geen strafblad, dat wilde ik nog even zo houden), loop ik gehaast terug naar de voet van de dijk. Het gewicht van het schaap, de wind en het stormbaantraject hebben mij uitgeput. Ik kom in ademnood, glijd uit en met z’n tweeën rollen over de steile dijkslag naar beneden. Bij het vallen geeft het schaap geen krimp en blijft onderaan roerloos en slap liggen.

Onder de modder

Onder de modder kom ik thuis en waarschuw in aller ijl de dierenarts. Hierna leg ik de ram in de kruiwagen, spoel hem met warm water schoon en masseer onderwijl de hartstreek. Bij het droogwrijven, bemerk ik enige reflexen die naarmate hij langer wordt gemasseerd sterker worden. De ram komt tot leven. Na een vitamine-injectie van de dierenarts krijgt hij een deken om en komt binnen in een strobed te liggen. Met de beschikking over krachtvoer en hooi toont hij zich binnen een week levendiger. Zijn lichaam en vacht zijn aangetast door schurft, zuigmijten die zich invreten in de huid en sponsachtige open wonden, korsten en woluitval veroorzaken. De later door mij gewaarschuwde Inspectie van de Dierenbescherming constateert bij acht schapen op de uiterwaard een bijna zelfde graad van verwaarlozing en neemt maatregelen.

Adviezen

Ondanks de adviezen van dierenarts en inspecteur om het schaap bij betere weersomstandigheden terug te brengen, heb ik deze niet opgevolgd . Recht op een dierwaardig bestaan staat boven de wet. Ik zie te veel schapen die onregelmatig te drinken krijgen, in de zomer met dikke vachten lopen zonder de aanwezigheid van schaduwplaatsen en rotkreupele schapen die door een handelaar geschopt worden omdat ze zich niet vlot aansluiten bij de af te voeren kudde. Dit schaap komt niet op een markt terecht waar hij ruw behandeld wordt en hij beëindigt zijn leven niet bij een rituele slacht. Ik heb een ander plan.

Tijdens de reis op de achterbank van mijn luxe auto, met heel lang wachten voor een pontveer, gedraagt hij zich voorbeeldig en niet één keer geplast. Op zijn nieuwe adres hoor ik zijn voor hem bedachte naam, dan wordt hij bij zijn lurven gepakt, wat er nog aan vacht zit geschoren en daarna bekapt. Hij krijgt een behandeling tegen parasieten en dan pas gezelschap. Geen soortgenoten, wel een wrattig Shetlander vriendje en andere dieren die hem dag en nacht  vergezellen en bovenal, voor extra afleiding, vrijgevige bezoekers.

Weldoorvoed

Als ik hem een paar maanden later opzoek, ziet hij er weldoorvoed uit. Het is ongetwijfeld de verbeelding van herkenning, hij volgt me met zijn ogen en komt naar het me toe terwijl er genoeg andere bezoekers rondlopen. Voor de prijs van zijn vrijheid en een goede verzorging heeft hij wel zijn teelballen ingeleverd. Hij werd te opdringerig, te bokkig en in de omgang met oudere mensen en kleine kinderen geeft dit gedrag te veel risico.

Tot slot, de beantwoording van de vraag of mijn geweten mij wroegt:  jawel, maar niet ten aanzien van het voorval met Willem.


Auteur

arjan.brondijk