De tekeningen van Wim Romijn (7)

Vriescheloo

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden op deze site één van zijn tekeningen.... Dit keer De Travalje.

De meeste travaljes, ook wel noodstal, hoefstal of paardenstoel genoemd, waren in gebruik bij hoefsmederijen op de Zuidhollandse en Zeeuwse eilanden en in de Betuwe. Een enkel exemplaar vind je nog in de provincie Groningen. De bewerking van zware landbouwgronden vroeg om sterke werkpaarden met massa. Toch zijn er altijd smeden geweest die het sneller kunnen werken, verkozen boven lichamelijke ontlasting.

Uit de hand

Om 'uit de hand' te kunnen beslaan, zette de smid het paard vast aan een ring in de muur van de smederij. Een voormalig legerhoefsmid liet mij eens zien wat hem uiteindelijk had overgehaald een travalje te plaatsen. Een groot deel van een hoeksteen van zijn smederij ontbrak. Een boerenpaard had zich razendsnel omgedraaid en rakelings langs het hoofd van de smid geslagen.

Beschermd dorpsgezicht

De travaljes die we in Nederlandse dorpen vinden, vallen onder 'beschermd dorpsgezicht' en mogen niet gesloopt worden. In dit opzicht zijn de havensteden een slecht voorbeeld als het aankomt op de bescherming van monumenten die herinneren aan het tijdperk van paardentractie. Waterdrinkbakken waaruit duizenden sleperspaarden hun dorst lesten, zijn uit het stadsbeeld verwijderd en vernietigd.
Om de ambulante paardensmid te gerieven, plaatsten sommige trekpaardenhouders een houten of  ijzeren travalje in een schuur of op het erf.  

Initiatief opvolgen

Manegebedrijven met pensionpaarden zouden dit initiatief best mogen opvolgen. In de ploegtijd konden boerenpaarden van vermoeidheid op een smid gaan hangen, vervelender wordt het wanneer stalpaarden de sleur van de dag verbreken met klieren: in de rug van de smid bijten of het herhaaldelijk terugtrekken van een been. Gedurende de jaren waarin ik zaterdags bij een hoefsmid werkte, heb ik menig incident zien gebeuren of ik was daar zelf bij betrokken. Deze gebeurtenissen zouden bij gebruik van een travalje niet ontstaan zijn.

Voorval

Een voorval op een winterse dag met een nerveus pensionpaard dat bij het bekappen (besnijden hoeven) door mij werd vastgehouden zal ik niet licht vergeten. Ik had mij geposteerd recht voor het paard (onverstandig). De dooi zet snel in en sneeuw glijdt met kabaal van een pannendak naar beneden. Het paard stuift naar voren en lanceert mij. Liggend op de grond merk ik dat mijn ene hand, die ik in mijn broekzak had gestopt, meer ruimte heeft gekregen. De broekspijp is tot aan de knie op de naad uitgescheurd. Pas later komt een verschrikkelijke hoofdpijn opzetten en voel ik hoe beurs mijn buik en kont zijn.
 


Auteur

arjan.brondijk