De tekeningen van Wim Romijn (8)

Vriescheloo

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden op deze site één van zijn tekeningen.... Dit keer 'Zwijgen'.

Al vergt het schilderen een grote concentratie, regelmatig komen er herinneringen en beelden naar boven. Zo ook bij het maken van dit hondenportret. Bij het ouder worden, ben ik mij gaan realiseren dat het zwijgen van grote invloed is geweest op mijn geestelijk leven.

De bestuurder van een oude VW kever reed mij – als twaalfjarige – in het bos tegemoet; een honderdtal meters achter de auto een rennende, uitgeputte boxer. Ik keerde met de fiets om en het lukte me de auto in te halen en er voor te gaan rijden. Tot het moment waarop de bestuurder genoeg kreeg van de opgelegde vertraging, gas gaf en mij aanreed waarna ik hard ten val kwam. Het tegendeel was bereikt, de auto ging er met grote snelheid vandoor, de hond moest nog harder rennen. Thuis verzweeg ik het voorval, wilde mijn moeder niet belasten met mijn jeugdige onbezonnenheid.

Omweg

Via een omweg kwam ik in contact met een persoon van het Dierenbevrijdingsfront. Voorlopig zou geen beroep op mij worden gedaan omdat het front door meerdere instanties in de gaten werd gehouden. Tot een oproep is het nooit gekomen. Nimmer heb ik met familie, vrienden of collega’s gesproken over mijn toenadering tot het front. Mijn aanstelling op een accountantskantoor betekende ‘s avonds studielessen volgen.

Op een avond, op mijn bromfiets wachtend voor een stoplicht in Utrecht, nadert een auto van het merk/type en in de kleur waar ook mijn werkgever in reed. De auto wordt bestuurd door een geblondeerde vrouw; bij het passeren zie ik ineens het kale hoofd van mijn baas tegen de boezem van de vrouw gedrukt. Ik kende zijn vrouw, zij was het niet. Destijds moet ik vast meer hebben gedacht dan 'die heeft zijn veiligheidsriem niet om'.

Een zaak tussen drie mensen, deze affaire d’amour was niet van mij. In de loop van de tijd vingen mijn collega’s en ik meerdere geruchten op. Cliënten van kantoor, medewerkers van banken, notaris - en advocaatkantoren, begonnen bij elke ontmoeting mij vragen te stellen. Het was duidelijk, deze accountant met zijn tweeëntwintig diploma’s, hoed, kamgaren overjas, een paraplu om de arm, iedere dag een zonnig humeur, kwistig met kwinkslagen, deze gentleman had minnaressen.

Geen smeuïge verhalen

Niemand heeft mij zover gekregen dat ik mij uitliet over deze man, geen smeuïge verhalen uit mijn mond. Dan de inval van rechercheurs van de FIOD (fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst). Een van onze relaties had zakelijk domme dingen gedaan die voor een sneeuwbaleffect zorgden. Een rechercheur die met je meeliep naar de archiefkamer, zelfs naar het toilet, bevreesd dat je stukken van de cliënt zouachterhouden. Intern werd over de inval gesproken, niets kwam naar buiten.

Tijdens een van de boekencontroles uitte een directielid van een bedrijf zijn ongenoegen tegenover mij over een zojuist afgesloten transactie. Een stroman van een buitenlandse minister had in ruil voor een staatsorder een koffer met 100.000 dollar (in die tijd 250.000 gulden) in ontvangst genomen, buiten het officiële circuit om. Deze melding – in vertrouwen verteld – besprak ik zelfs niet op kantoor. Confrontaties met zaken die het daglicht niet verdroegen (inmiddels verjaard), vaak voelde ik mij als een priester die met het biechtgeheim worstelt. Na een paar jaar brak ik mijn studie af, tot ergernis van de directie.

Drie keer in de week

Drie keer in de week gedurende drie jaren volgde ik in de avonduren schilderlessen bij een centrum voor kunstzinnige vormgeving en daarnaast een tweejarige schriftelijke opleiding reclametekenen.. Hierover kon op kantoor niet gesproken worden; ik zou mezelf onmogelijk hebben gemaakt als ik had verteld ‘s avonds blote vrouwen te tekenen in plaats van mijn studie voort te zetten. Hierna nog twee jaren gewerkt bij een projectontwikkelingsmaatschappij. Het jagen naar de wind, de niet te stoppen hunkering om zo veel mogelijk fortuin te willen maken, daarvan zag ik hoe het mensen doet verkillen.

Op dertigjarige leeftijd kwam het besef dat er een moment aanbreekt waarop je terugblikt op je leven en dan moet kunnen zeggen ‘ik ben te allen tijde loyaal aan mijzelf geweest’.

Levenservaring

Genoeg levenservaring, voldoende gerijpt en klaargestoomd voor het kunstenaarschap, durfde ik een nieuwe uitdaging aan. In de avonduren en weekends had ik al de nodige schilderwerken in commissie gemaakt. Columns in magazines en de vervaardiging van platenboeken, alles wat ik uitbeeldde daar sprak ik vrijelijk over, wist mijzelf te relativeren en stak tegelijk mijn mening niet onder stoelen en banken (toegegeven, sommige zaken van toen bezie ik nu weer anders). Daarmee had ik me bevrijd van de psychische druk te moeten zwijgen.


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur