Klots: Drieborg – Meeden (column David Stolk)

Winschoten

Het was ‘super-Sunday’ in Drieborg. Dat houdt zoveel in dat alle drie de seniorenteams thuis speelden en de hoofdmacht moest tegen Meeden. Het is schijnbaar een traditie dat Meeden uit en thuis vooral om de derde helft gaat.

Via een bevriend bestuurslid van de actieve vereniging werd ons gevraagd de derde helft wat muzikaal op te luisteren. Dat werd al het derde optreden in Drieborg. Uniek in ons korte bestaan. Eigenlijk hadden wij, het illustere Duo Mandt, onszelf al opgeheven na het eerste gelegenheidsoptreden.

Na de eerste helft vervoegden wij ons richting het voormalige dijkdorp middenin de polder. Mijn dochter, als trouwe fan en critica, ging uiteraard mee. Ik vertelde haar dat er vroeger bordjes inDrieborg hingen met ‘Stadion Drieborg’. Dat geloofde ze niet. ‘In een stadion kunnen toch heel veel mensen? Zoveel wonen hier niet!’

Bij het stadion aangekomen moesten we zoeken naar een parkeerplek. Het terras voor de kantine was vol. De trots van het dorp speelde een lastige pot. Gelukkig konden wij de prachtige 1-0 zien. Een droge loei vanaf 25 meter. Ik hoorde Hugo Walker en zag Michel Boerebach. De andere helft van het duo arriveerde en wij bouwden samen het podium en het geluid op. Onze grote fan Freddy had zich ook al bij ons vervoegd. Of hij ook een liedje mocht zingen. Dat was iets teveel van het goede, wel hebben we twee verzoekjes van hem gedaan.

De heren gladiatoren hadden gedoucht en het feest kon beginnen. Tijdens het optreden kwam er twee keer een klein meisje naar me toe en vroeg of ik de moeder van Lola had gezien. Ik moest haar twee keer teleurstellen. Op de tafel voor ons stond een ander klein meisje heel erg mee te klappen en te dansen. Onze fan Freddy stond vlak voor ons met consumptie mee te zingen. Tussen de liedjes door meldde ik dat de bar open was en de gehaktballen in de jus. Vanachter de bar werd wat geroepen en gezwaaid. De ballen waren op.

In onze pauze volgde de verloting, mijn dochter had vier lootjes gekregen en won zowaar vier karbonades en een blok kaas met dropjes. Mijn grote vriendin Tess (zie column ‘Plastic soep’) woont ook in Drieborg. Ik vroeg haar vader of ze nog kwam. Zijn schoonmoeder was jarig. Op zondag deed hij niet aan verjaardagen. Twee spelers waren net vader geworden en zij werden nog even in het zonnetje gezet. Een hele prestatie.

Voor de gelegenheid hadden wij een aantal liedjes ingestudeerd die het ‘goed’ doen bij voetballend publiek. De refreinen van ‘Sweet Caroline (oh-oh-oh-oh)’ en ‘Bloed, zweet en tranen’ hoefden wij zelf niet te zingen. Rond half zeven waren we door ons repertoire heen. Mijn dochter had mooie filmpjes gemaakt voor onze social media. Later bleek dat alleen onze spijkerbroeken en schoenen op de film
stonden. Drie bestuursleden kwamen ons, onafhankelijk van elkaar, twee flesjes bier brengen. Deze hebben we op de tafel van Meeden neergezet.

Eenmaal thuis zaten mijn dochter en ik na te genieten van wederom een succes in Drieborg. ‘Na de pauze ging het beter,’ zei ze. ‘Toen waren ze dronken, dan vinden ze alles mooi.’

Tijdens Studio Sport stuurde ik onze opdrachtgever via de Whatsapp een bedankje. Om half negen kreeg ik een bericht terug. 'Meeden zit er nog!’


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur