Klots | De Winschoter (column David Stolk)

In het begin van de jaren ’70 waagde mijn vader de sprong. Een sprong van het gemoedelijke Brabants Dagblad naar de ‘rode’ Winschoter Courant. Volgens de overlevering nam hij de boemel naar Winschoten en werd hij door Johan Poppen van het station gehaald. Er volgde een geanimeerde rit door het gebied. Na een paar uur werd mijn vader weer afgezet bij het station en was hij aangenomen. Het jonge gezin verhuisde van een flat in Den Bosch naar het net ontgonnen ‘Plan Noord’ in Winschoten.

De herinnering aan de ‘Winschoter’ roept nog steeds bij oud-medewerkers en –lezers gevoelens op van trots en weemoed. Links en dwars. Een krant voor de bewoners van de streek. Een krant waarvoor ook journalisten uit andere windstreken graag wilden werken.

Wij zijn geabonneerd op het Dagblad van het Noorden. Een fusie van velerlei regionale trotsen. Van Asser Courant tot Noordooster en van Nieuwsblad van het Noorden tot Winschoter Courant. Van huis uit heb ik meegekregen dat er altijd een krant moet zijn. Echter in de huidige uitgave is het af en toe zoeken. Zoeken naar andere verhalen, naar originaliteit en vooral duidend regionaal nieuws. Van de ‘oude’ Winschoter is het nog een schijntje. De tand des tijds.

Tot het pensioen van mijn vader heb ik ‘deze krantje’ van dichtbij meegemaakt. Ik heb er twee zomers in de drukkerij gewerkt aan de Vissersdijk. Eerst moest ik de kranten op pallets stapelen in de distributie en later mocht ik zelfs een blauwe overall aan. Dan was je manusje van alles op de drukkerij en werkte je bij de grote jongens. Daar mocht je, ondanks mijn kleurenblindheid, de kleuren mengen. Magenta en cyaan. De saamhorigheid en vooral de unieke humor is mij altijd bij gebleven. Elke afdeling, van zetter tot drukker en van advertentieverkoper tot journalist, was eigenlijk een zootje ongeregeld. In de meest goede zin van het woord.

Alleen de letters op de gevel herinneren ons nog aan de roemruchte krant. Een handjevol regioverslaggevers houden nu kantoor aan de Venne. De drukkerij is allang niet meer. Van het zootje ongeregeld is ook weinig meer over. Door een soort ruilverkaveling zijn ze uitgewaaierd over de diverse regio’s. Als de regioverslaggever geniet van een welverdiende vakantie dan is er nauwelijks nieuws.

De cafés in de Molenstad zaten doorgaans vol met het journaille. De krant van morgen werd bijna aan de bar gemaakt. Harde nieuwsen en dikke verhalen. Mijn carrière op de drukkerij eindigde in een oud papierbak vol met water. Daar werd ik, als grap, in gegooid. Ik hoorde er bij. Met inktvegen op handen en gezicht vervoegde je je naar de kroeg. Het loonzakje kon direct worden ingeleverd. Regelmatig fiets, loop of rijd ik langs het statige pand aan de Vissersdijk. Ik kijk altijd naar het hoekkantoor waar mijn vader zat. Naar de klapramen in het dak waar de kabelkrant cowboys hun stukjes tikten.

Op radio 1 hoorde ik onlangs een discussie over het steeds grotere gebrek aan kritische en inhoudelijke regiojournalistiek. Om de lokale overheid te controleren en scherp te houden. De lokalen krijgen ook steeds meer op het bord, vaak ongewild. Dan is duiding, achtergrond en controle noodzakelijk. De Winschoter is niet meer. Maar er is hoop. Let u binnenkort op grote rode letters. Een ding scheelt, we wonen al in Winschoten.