Zwijgen (column)

Winschoten

Wij gingen met de taxi naar boven en te voet terug. Zij bewandelen, zowel letterlijk als figuurlijk, de omgekeerde weg. Bij het verlaten van Oud-Chersonissos, op de helling van de berg Charakas, kruisten onze wegen.

Oud-Chersonissos is overigens een vreemd gekozen naam, daar het ‘echte’ oude Chersonissos zich bevindt op de plek waar thans het moderne Chersonissos -  u weet wel, de plaats waar in het hoogseizoen jongeren brallend en lallend van kroeg naar kroeg zwalken – is, maar dit geheel terzijde.

Hoewel we slechts een aantal woorden met elkaar wisselden was er meteen een klik. Dat wij de twee nog geen uurtje later weer troffen, kon dan ook geen toeval zijn. We boekten later dezelfde excursie en zaten - ook dat moest klaarblijkelijk zo zijn – naast elkaar in het vliegtuig op weg naar Nederland.

Beiden woonden in de Achterhoek, in Lichtenvoorde om precies te zijn. De één oogde zeer evenwichtig, was oprecht geïnteresseerd, en beschikte over een eigenschap die niet veel mensen meer hebben: ze kon goed luisteren. De ander was meer een spring-in-het-veld, druk in haar bewegingen, druk in haar doen en laten. Waar ze echter totaal niet van hield was juist de drukte.

Zeker nadat een jaar of zes geleden haar stembanden waren aangetast door bestralingen. Ze had de strijd tegen de gevreesde ziekte gewonnen, maar haar stem was ze deels kwijt.

Ze was al niet dol op mensenmassa’s, maar nu helemaal niet meer.

Dat had niet alleen te maken met de ‘aard van het beestje’, of dat ze zich slechts fluisterend verstaanbaar kon maken, maar meer met de reacties van de mensen.

Ze zweeg op het vliegveld van Heraklion, waar een medereiziger grappig uit de hoek dacht te komen (‘Jij hebt ook lekker gefeest niet, ha, ha, ha’) en ze zweeg op Groningen Airport Eelde tegen de grappige marechaussee, die haar fluisterend antwoord gaf op haar vraag waar het toilet was.

Zwijgen, terwijl ze het uit wilde schreeuwen. ‘Ik heb keelkanker gehad, lul!’


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur