Klots - Adrillen (column David Stolk)

Winschoten

‘Aaljoar in novembertied, eerste moandag, is het zo wied. Dat wie weer noar Winschoot willen, noar het maart tou, noar het Adrillen.’ Zo luidt het eerste couplet van het Adrillen- gedicht van boer en dichter Derk Sibolt Hovinga. Al ruim 200 jaar is de eerste maandag van november voor menig boer, burger en buitenlui een reden om naar buiten te gaan. In tijden van weleer was Allerheiligen uitbetaaldag voor de boerenknechten. Zij kregen het loon van de hele zomer. Dat was het een goede reden om de bloemen eens flink buiten te zetten.

Pas sinds mijn middelbare school ken ik de Adrillen. Daar kregen we vrij voor. Er was kermis, markt, een hobbybeurs en alles was open. Op zondagavond bleef ik slapen bij een vriend van school om ons vroeg naar de binnenstad te begeven. Het kroegleven hadden we nog niet ontdekt dus hingen we op en rond de kermis. Ik kan mij herinneren dat ik de volgende editie aan mij voorbij heb laten gaan.

Na een aantal jaren werkte ik eerst in Hoppe en daarna in ’t Pleintje. Voor de uitbaters van deze gelegenheden was de jaarlijkse markt een ‘hot item’. De eerste keer dat ik achter de bar werkte, wist ik niet wat en wie ik zag. Vele mensen had ik op de meestal drukke zaterdagavonden nooit gezien. Om half negen in de ochtend ging de deur los en de groepen mannen uit de diverse dorpen verspreidden zich in de kroeg. Daar de ‘Schanskers’, aan de bar de ‘Finnewolmers’ en het was altijd hopen dat de ‘Scheemders’ eerder kwamen dan de ‘Pekelders’. Het grote innemen kon beginnen. Sommige mannen werden die dag drie keer dronken.

Nooit heb ik echt veel gehad met het jaarlijkse festijn. Ook niet toen wij later in de binnenstad zelf uitbater werden, was het niet mijn favoriete dag. Ik had van mijn leermeesters in Hoppe en Pleintje geleerd dat je op Adrillen op tijd dicht moest gaan, om problemen te voorkomen. Dit heb ik altijd zo gehouden. Als een van de weinigen. Zes uur, uiterlijk half zeven dicht. Dit gaf eigenlijk nog meer gezeik, maar toch. Heden ten dage schijnt het grote genieten pas eind van de middag te beginnen. Men neemt de maandag niet meer vrij, maar de dinsdag.

Al sinds de eeuwwisseling zijn er geen paarden, koeien, geiten of ezels meer te koop in de Winschoter binnenstad. Althans niet levend. Gebakken, gebraden of geroosterd steeds meer. Zelfs de kramen met handelswaar worden minder. De eettenten en de drankcarrousels nemen het straatbeeld over. Hier en daar een podium met een regionaal artiest of een dweilorkest.

Altijd als ik half oktober de borden langs de weg zie met Popko, moet ik denken aan het nummer van Klein Orkest ‘Over de muur’. Het is alsof de Muur is gevallen. De eerste maandag van november is voor velen een vrijbrief. Hee doe! Kom zuipen, kom eten, kom dansen, kom gokken.


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur