De tekeningen van Wim Romijn (12)

Vriescheloo

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden op deze site één van zijn tekeningen.... Dit keer Illustrator willen worden.

De uitgever overhandigde me een mapje met typescript, een blauwdruk voor het maken van een platenboek over honden. Deze hondenliefhebber was er niet blij mee.

Het accountantskantoor waar ik voor werkte, had deelname aan een cursus geregeld. In Apeldoorn vroeg ik de weg bij Koninklijke Talens, een fabriek voor kunstschildersverven, en arriveerde ruim een halfuur te laat bij een hypermoderne kantoorflat met blauwe ruiten en zitkuilen voor groepsonderricht. In een van de kuilen vergaapte ik me aan twee grote wandplaten die het vroegere landleven verbeelden; reproducties van aquarellen van de Groningse illustrator Cornelis Jetses. De sfeer van de werken pakte me bovenmatig.  

Mijn belangstelling voor schilderkunst was al op jonge leeftijd latent aanwezig. Deze dag zorgde voor een ommekeer in mijn leven. Ik nam het besluit teken- en schilderlessen te volgen en door zelfstudie mij verder te bekwamen in de schilderkunst en maar zien waartoe dit kan leiden. Vanaf het moment van dit besluit ging ik op zoek naar adressen waar nog met boerenpaarden werd gewerkt. Lukraak dierenartsen, hoefsmeden en hengstenhouders bellen en stamboekorganisaties aanschrijven. Een tip over beelden op televisie van een boer die met een vierspan Gelderse paarden ploegde, was reden om direct de omroeporganisatie te bellen. 

Door in contact te treden met bedrijven konden mijn eerste aquarellen van boerenpaarden voor meerdere doeleinden worden gebruikt. Op het verschijnen van een interview in het vakblad  ‘De Boerderij’  reageerde een uitgeverij waarmee de basis werd gelegd voor mijn eerste platenboek over werkpaarden. Toen het zover was boden boekenclubs ruimte in hun catalogi met daarin opgenomen een recensie van de Vlaamse Goedele Liekens (schijnt te zijn, een aanprijzing door een bekend persoon helpt) . De meeste boekwinkels kochten het boek in, waarna een herdruk volgde. Zonder het naar buiten te brengen, werkte ik vóór het verschijnen van dit boek al aan een vervolg.

Hoge verwachting

Met hoge verwachting bood ik het nieuwe materiaal aan. De uitgeverij zag echter geen toekomst voor een boek over hetzelfde onderwerp, het verrassende was eraf en de kans op een tweede succes zou hierdoor niet zo groot zijn. Toen kwam die blauwdruk voor een hondenboek op tafel. Ik bracht naar voren het wel zonder te kunnen, het op mijn eigen manier te doen. Maar, eerlijk gezegd, mijn gedachten waren er niet bij.  De afwijzing voelde als een klap in het gezicht. De wereld van het boek kende ik niet, de uitgeverij van mijn boek had mij benaderd, niet andersom.

Wekenlang voerde ik telefoongesprekken met redacteuren van zesenveertig uitgeverijen (heb er een lijstje van bijgehouden). De meeste uitgeverijen hebben niet voldoende knowhow in huis voor het maken van platenboeken. Bij vier uitgeverijen kon ik tenslotte langskomen. De uitgevers van de eerste twee uitgeverijen hadden nooit paardenzweet geroken.

Na de bezoeken was het wekenlang wachten op de officiële afwijzing. Met de verwachting alweer als een polderjongen te worden ontvangen, reed ik gespannen naar de derde uitgeverij en dat ging ik voelen onder in mijn rug. De vierkoppige directie wilde een dun boek uitbrengen. Dan zou ik zeker een jaar voor niets hebben gewerkt, tachtig uren in de week. Door mijn verkrampte houding kreeg ik in de statige directiekamer een ischiasaanval en kon enige tijd niet uit de stoel komen. Toen het lukte, was ik zo krom als een hoepel; voelde de blikken van acht ogen op mijn kruin gericht.

Kabouterpasjes

Met kabouterpasjes, vergezeld van pijnscheuten en de daarbij horende grimassen, met de vingers glijdend langs de lambrisering, kon ik de kamer verlaten. Met een uitgeefdirecteur in mijn kielzog (hij droeg mijn map met aquarellen en teksten), schuifelde ik door de lange gang van de villa, langs kamers met openstaande deuren waar dames hun conversatie onderbraken. In de auto stappen duurde heel lang en was echt niet verantwoord. De schaamte maakte de pijn en teleurstelling enigszins draaglijk.

Mijn werk is door de vierde uitgeverij uitgebracht. Het boek stond in het jaar van uitgifte op de lijst van 'De honderd best verkochte boeken' en werd met tal van herdrukken een bestseller. Door mijn afhankelijkheid had ik ingestemd met een beloningssysteem dat niet gebruikelijk is binnen uitgeverijen, met geringe verdiensten tot gevolg.

Van deze ervaring heb ik geleerd dat een eerste succes niet automatisch paden plaveit en ten tweede, ook erudiete mensen, gepokt en gemazeld in hun vak, kunnen de plank behoorlijk misslaan.
 


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur