De tekeningen van Wim Romijn (14)

Vriescheloo

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden op deze site één van zijn tekeningen.... Dit keer 'Potente mannetjes'.

Bij hazen spreekt men van de ‘rammeltijd’ alsof het, zoals bij de meeste diersoorten, om een bronstperiode van een maand gaat. De realiteit is dat rammelaars (mannetjes) het grootste deel van het jaar geïnteresseerd zijn in moerhazen. De moerhaas of voedster kan vier tot vijf worpen krijgen en vóór de geboorte van jongen , weer gedekt worden waarna ze twee worpen gelijktijdig draagt. De moerhaas is het gesnuffel aan haar lijf en andere opdringerigheid, die dagenlang kan duren, vaak zat en als het een niet te grote overmacht is,  dwingt ze de rammelaars tot afstand.

Grote oren

Ze richt zich op en legt de grote oren plat in de nek waardoor een niet mis te verstane mimiek ontstaat, doet regelmatig schijnaanvallen of mept er op los. Maar dan, als het tijdstip daar rijp voor is, kan een rammelaar zijn drift om de soort in stand te willen houden, de vrije loop geven. Zoals die zware rammelaar, met zijn onderkin, die tot vier keer toe een moerhaas wist te betreden. Na ieder dekking, heel kort na elkaar, even de achterbeentjes strekken vanwege de kramp; de drift van het bloed leek maar niet uitgeraasd te komen. Hoe de moerhaas zich ook afwendde, ze zag geen kans om aan zulk een potentie te kunnen ontkomen.

Bij zijn poging om tot een vijfde dekking te geraken, volgde dan toch een korte sprint van de moerhaas, een sprong over een sloot en direct het maisveld in.  De rammelaar volgde, hij verkeerde in topconditie. Wat er zich hierna afspeelde, onttrok zich aan mijn ogen.

Deze persoonlijke waarnemingen hebben mij aan het denken gezet over wat testosteron, dat hormoon (bij vrouwelijke dieren in een lagere concentratie),  wel niet allemaal teweegbrengt en niet enkel in de dierenwereld.

Parijs

Het herinnert mij aan menselijke – toch wel identieke – gedragingen tijdens mijn verblijf in Parijs een flink aantal jaren geleden,  tezamen met een paar collega’s  aldaar schilderkunst bestuderen. Intens genieten in het Musée du Louvre en in het Château de Versailles van schilderwerken van de Franse Impressionisten en de schildermeesters van de School van Barbizon. Het deed me wat om zo dicht bij de Mona Lisa van Leonardo da Vinci te mogen staan (en ik ben geen snob).

Op Montmartre (Place du Tertre)  schilderijen bekijken van kunstschilders die rechtstreeks aan het publiek verkopen.  Parijs, ten voeten uit ervaren, dat wilden we;  slenterend door de binnenstad ‘s avonds verlichte monumenten en gebouwen, kroegen en striptenten bekijken en theaters bezoeken.

Nachtleven

Na drie avonden en nachten dolen, voelde ik (matineus ingesteld als ik ben) dat het nachtleven mij sloopte. Bovendien ging er iets aan mij knagen (ben opgevoed door drie vrouwen). Het mag dan onderling vermaak brengen, in de striptenten gingen sommige striptiseuses verder dan gracieus dansen in hun blootje;  het werd al heel gauw bij je op schoot komen zitten en over je kruis raggen, je hoofd vastpakken en een tepel tegen je mond drukken en meer van zulke vrijpostigheid. Met de intentie het te zien als een spel, de gedachte ‘het zal je dochter zijn die elke avond zo haar geld verdient’ gaat toch een keer zeuren. 

Op de vierde dag, kort voor middernacht, liet ik mijn maten in de kroeg achter en begaf me richting hotel, maar verdwaalde. De vermoeidheid en de schamele verlichting in die smalle straatjes en stegen, maakten het mijn oriëntatievermogen lastig. Het voelde daar unheimlich aan, was op mijn hoede. Door mij te richten op het lawaai van straatverkeer kwam ik op kruispunten waar  zich prostituees ophielden.

Gegroefde gezichten

Er waren kleine, tengere vrouwen bij, op afstand kinderen. Dichterbij gekomen, hun gegroefde gezichten en een lege blik in de ogen, hun uiterlijk niet passend bij de leeftijd. Hun jeugd overgeslagen, geen zelfrespect bijgebracht, niet de kans gekregen een gevoel van eigenwaarde te ontwikkelen, grote armoede of alcoholisme, wie zal het zeggen. Op een paar hoeken waren verlopen mannetjes in onderhandeling. Hun benadering, opdringerigheid en focus op maar één doel, alsof het voortkwam uit een dierlijk bewustzijn.

Hou me ten goede, al ben ik opgevoed door drie vrouwen, ik veroordeel geen hitsige rammelaars.
 


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur