De tekeningen van Wim Romijn (15)

Vriescheloo

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden op deze site één van zijn tekeningen.... Dit keer 'Vechten tegen windmolens'.

Een telefoontje van een kennis over wat hem ter ore was gekomen, was voor mij aanleiding direct in de auto te springen . Het ging over een agrariër, die ik lang geleden bezocht en schilderde voor een van mijn platenboeken. Diens vader, een man van vijfennegentig, blind en bedlegerig, zou in zijn ontlasting liggen en het ging over de toestand rond vijf trekpaarden.

Sterk in verval

Toen ik voor de eerste keer  dit adres bezocht was de grote boerderij reeds sterk in verval. Bij mijn tweede bezoek was de staat zodanig dat er niet meer in te leven viel. Met z’n tweeën leefden de mannen in een deel van het voorhuis omdat de boerderij grotendeels was ingestort.  De achttien trekpaarden stonden ‘s winters op stal , meerdere onder de blote hemel.

De ellende die ik nu aantrof , tart alle beschrijving. Vijf trekpaarden en een stier op stal. Een van de merries had een veulen dat in drabbige, stinkende mest lag. Het richtte zijn hoofd op, hinnikte naar me en legde zijn hoofd weer op de betonnen vloer. De veulenmerrie was een huid gespannen over een geraamte; met het toongedeelte van de hoef op de grond ondersteunde ze het rechterachterbeen. Een been dat twee maal zo dik was als normaal  (een gevolg van een hoefzweer). Het veulen en de andere merries verkeerden in dezelfde voedingstoestand. Een stukje verderop lag een magere stier die vetgemest moest worden. Uit de antwoorden die ik van de boer kreeg, kwam naar voren dat de paarden werden gedrenkt met slootwater en gevoed met riet en ruigte, gemaaid langs sloten. In ruim een jaar tijd waren er elf merries gestorven. De baal hooi die vlak voor de stier lag, maar waar hij niet bij kon komen, pakte ik op en verdeelde die onder de paarden. Bij een oorverdovend hinniken en briesen braken ze de stal bijna af.  De vader van de boer kon ik niet te zien krijgen. Verder praten had geen zin.

Burgemeester

Thuisgekomen nam ik contact op met het gemeentehuis, binnen welke gemeente de boerderij gelegen is. Na enig aandringen kreeg ik het privénummer van de burgemeester. Zijn echtgenote vroeg mij  om later terug te bellen; zij  vertelde op de hoogte  te zijn van de treurnis van dat adres. Het gesprek met de burgemeester was bepaald niet aangenaam  te noemen, omdat ik het gemeentebestuur verweet niet adequaat op te treden in een situatie waarbij een ingezetene van de gemeente niet in staat is de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven te dragen, laat staan voor die van een afhankelijk ander mens en voor dieren. De burgemeester zette zichzelf direct in een hogere stand en vroeg mij schreeuwerig ‘in welke hoedanigheid ik mij met deze zaak bezig hou’ . Een volkomen irrelevante vraag. Toen hij aangaf het gesprek te willen beëindigen, zei ik hem met een krantenjournalist naar de boerderij te zullen gaan en dat ik mijn verhaal zou doen. Hij werd ziedend.

Mijn contactpersoon bracht mij snel op de hoogte van het ingrijpen door de gemeente. Daags na het gesprek met de burgemeester  verschenen medewerkers van de GGD en een dierenarts bij de boerderij. De vader is diezelfde dag uit huis gehaald en een paar maanden later in een verpleeghuis overleden. De dierenarts bekommerde zich om de paarden, zij werden ondergebracht bij een boer uit het dorp om te herstellen. Het veulen was niet meer te redden en werd op deze dag geëuthanaseerd.

De ellende die ik beschreven heb, is slechts een deel van wat ik gezien en gehoord heb.

Trieste zaak

Een andere trieste zaak , die zich in een andere gemeente afspeelde, bereikte mij te laat; het betrof het lot van een flink aantal paarden en honden. Ik stelde alles in het  werk om nog iets te kunnen doen, lag er ‘s nachts wakker van maar werd geconfronteerd met een grote mate van onverschilligheid, een niet willen meewerken en de handen in onschuld wassen. Dan heb ik het over meerdere instanties, die met behulp van moderne communicatiemiddelen onderling informatie uitwisselen en bij een melding direct – via het scherm – op de hoogte zijn van de situatie.


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur