De tekeningen van Wim Romijn (29)

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden één van zijn tekeningen. Dit keer.... Marlies en Ynusa.

 

Marlies

Omgeploegde akkers met vette ruggen kleigrond in de Betuwe roepen herinneringen op aan vroegere tijden. De vruchtbare grond moet heel veel gevergd hebben van Gelderse ploegpaarden die hier zo goed op gedijden en alom in den lande waardering genoten als boerenpaard. Het Gelderse paard met zijn opvallend exterieur – plat kruis, hoge staartinplant en enigszins verheven gang – en een doorgaans betrouwbaar karakter. Wat het laatste betreft was Marlies voor mij wel het prototype van het klassiek Gelderse paard. Voordat ik de tijdelijke zorg voor haar kreeg, had ik al het een en ander over haar gehoord.

Bij zomerse temperaturen nam zij het initiatief om baantjes te trekken in de rivier, waarna andere merries met veulens volgden; zij zwommen zelfs langs varende rijnaken. Niet zorg dragen voor een deugdelijke afrastering brengt grote risico’s met zich mee voor mens en dier. Op een vroege zondagmorgen belde een boer uit een nabijgelegen dorp mij; de paarden waren uitgebroken en liepen nu bij zijn boerderij in een moestuin met boerenkoolstruiken. Als leidmerrie zorgde Marlies ervoor dat de groep paarden over de dijk kon terugkeren. Toen een dronken automobilist de dijk af karde, galoppeerden de paarden onder aanvoering  van Marlies vanaf de rivieroever naar de dijk om als eerste in alle gemoedsrust de schade te bekijken.

Op de verlate gorzing (buitendijks weiland)  bekapte ik haar zonder de noodzaak haar vast te moeten zetten. Al heeft een merrie lichte weeën, bij spiedende ogen kan zij de geboorte een poos uitstellen. Daarom was het zo uitzonderlijk dat ze in mijn aanwezigheid  op de uiterwaard een veulen  ter wereld bracht. Toen op een dag dit veulen niet meer wilde drinken, maakte Marlies met trapbewegingen naar haar uier duidelijk dat deze bijna ‘knapte’ van de spanning, waarna ze zich gewillig liet afkolven. En dan een voorval op de uiterwaard dat mijn liefde voor paarden danig op de proef stelde. Een herfstavond met storm en regen; het is aardedonker. Vanuit mijn werk ben ik op de fiets bij de uiterwaard aangekomen en blijf ik de paarden roepen, maar mijn stemgeluid wordt door de wind uiteengeslagen. Zonder iets gehoord te hebben, draai ik me om. Vlak voor me komen drie of vier paarden in draf, recht op mij af.

Zoals gewoonlijk Marlies voorop; ze raakt me met haar boeg (gewricht schouderblad/opperarmbeen) waardoor ik een kwartslag draai. Bijna op hetzelfde moment voel ik een klap tegen mijn heup en zie het terugtrekken van een rechterachterbeen van een paard dat schuin achter Marlies heeft gelopen. De paarden stuiven weg, een slow motion volgt. Een traag duwende kracht doet mij achterover vallen en er ontstaat een verlammend gevoel vanaf mijn heup tot aan mijn voet. Hulpeloos lig ik in de modder bij een hevige regenwind. Het vreemde aan deze situatie was,  dat het rationeel denken de emotie verdringt. Wetende dat mij geen enkele blaam treft, neem ik op dat moment het besluit nooit meer iets met paarden te maken willen hebben. Het was zeker niet de eerste maar wel de pijnlijkste klap die ik van een paard heb gekregen.

Eenmaal in de zithouding kan ik doorzetten en met een slepend been bereik ik het hek. Met één been trappend tegen de wind in bereik ik met uiterste krachtinspanning mijn huis. Na een paar dagen sta ik op krukken weer tussen de paarden. Een merrie die meer op mij is gesteld dan op soortgenoten kan ik niet in de steek laten. Van één ding ben ik overtuigd: Marlies heeft mij met haar schouderduw voor ernstig letsel behoed.

Ynusa

Het zien van de zwarte ruin uit de tv-serie Bartje, de verfilming van een streekroman van Anne de Vries, was mijn eerste kennismaking met het Groninger paard. Dit boerenpaard, statig van voorkomen, bewerkte in de serie de akkers rondom het Drentse dorpje en bracht, bespannen voor een kar, de moeder van Bartje ten grave. Beelden die beklijven. Het boerenechtpaar dat eigenaar was van deze ruin, verscheen jaren later voor de radio en nodigde eenieder uit om hun Groninger, inmiddels op hoge leeftijd, te komen opzoeken. Het spijt me nog altijd dat ik destijds niet van deze gelegenheid gebruik heb gemaakt. Verheugd dat ik hierna nog wel een paar Groninger paarden bij het boerenwerk heb mogen gadeslaan.

Zo was er Ynusa, een in Groningen gefokte Groninger merrie van het klassieke type. Nu zijn er paarden van het dominante type die zich altijd willen laten gelden, een overdreven voernijd kennen en los met de beentjes zijn. Bovendien kunnen deze paarden luidruchtig zijn; gillen bij onderlinge conflicten, hevig snurken tijdens de nachtrust en hoorbaar kreunen bij het mesten. Ynusa was anders, heel anders, veel meer ingetogen. Het leek wel of zij met haar baas een stilzwijgend convenant had gesloten; in ruil voor kost en inwoning, dien ik jou en dat met gratie en een goed humeur. Bij het veldwerk  kon niets haar uit balans brengen. Er zijn paardenhouders die stellen dat de grootste lastpakken de persoonlijkheden onder de paarden zijn, omdat ze doorgaan voor het behalen van resultaat.

Voor mij waren Marlies en Ynusa persoonlijkheden onder de paarden, omdat zij een groot vertrouwen hadden in de mens, je kon op ze bouwen en op een relaxte manier tot samenwerking komen. Ik ben dankbaar Marlies en Ynusa gekend te hebben.