Klots - Kloof (column David Stolk)

Onlangs was ik met mijn dochter in de grote stad. Gewoon in Groningen, niet in Amsterdam. In onze hoofdstad kom ik bij voorkeur niet. Ik vind de mensen daar raar. Wij komen slechts nog op IJburg, ergens aan de Krijn Taconiskade.

Ik houd van Groningen en ben ook best een beetje trots op Groningen. Maar de laatste jaren heb ik het idee dat de kloof tussen stad en ommeland steeds groter wordt. In de grote stad met mijn dochter aan de hand, kreeg ik het idee dat ik in Amsterdam liep. De eerste zonnestralen braken door en mensen vochten om een terrasstoel. Mijn dochter en ik liepen gewoon het café binnen en namen samen plaats aan de bar. Ik bestelde een biertje en een appelsap. Of ik de IPA van Bax wilde of de Indian Pale Ale van Brouwerij de Vale Gier. Nee, gewoon een pilsje. En of de appelsap met vruchtvlees of van de lokale fruitteler moest zijn. Het werd uiteindelijk een Fristi.

De ooit zo trotse, best beluisterde en originele lokale omroep van Groningen overbrugt de kloof steeds minder. Laatst las ik een bericht over restaurants die onder toezicht stonden van de Voedsel en Warenautoriteit. Waarom je een dergelijk artikel maakt, kun je je ook afvragen, maar er werd ook een Chinees restaurant genoemd in Oude Pekela. Echter, het restaurant in kwestie staat toch echt in Winschoten. Ik heb het idee dat er zo snel mogelijk ‘nieuws’ op de sociale media gegooid moet worden en dat daarna alles wordt gecheckt. De jonge honden op de snelle redactie komen niet uit de klei en hebben nauwelijks affectie met het ommeland.

Samen met mijn dochter ging ik, volgens ons, rare winkels en bijzondere horeca tellen. Vegan stores, een tostizaak, heel veel koffiezaken met de meest uiteenlopende smaken, soorten melk en bijzondere bonen. Voor de grap gingen wij zo’n koffiezaak binnen en ik bestelde een zwarte koffie. Een man met baard en knot vroeg mij of het een lungo of een americano moest zijn. Slowbrew of no filter. Hardop lachend verlieten wij de zaak met hele harde muziek.

Een pakweg vijftien jaar geleden was ik een groot fan de regionale omroep en vrat ik bijna alles. De Winkel van Sinkel, een uurtje Nederlands, de uit-agenda, het onvolprezen ‘Toeters en Bellen’ (‘Kunt u dat geluidje even nadoen, mevrouw De Vries’) en de Noorderrondrit met het geweldige H-H-H spel. (Harsens, Handig, Haalfmal). Het was voor en door de regio. Nu lijkt het vooral om hen zelf en de stad te draaien. Natuurlijk zijn er een paar pareltjes, bijvoorbeeld op zondagochtend, maar helaas is dat ook met een uur ingekort.

Wij zijn de stad moe geworden en we stappen op de trein naar huis. Na het station Groningen – Europapark begint het weidse landschap weer. In Winschoten stappen wij uit. Het is vrijdag, eind van de middag. Mijn vader en zijn gevolg borrelen dan meestal in het voormalige biljartcafé. Wij besluiten ook even heen te gaan. Aan de bar zit onze grote vriend Dik. ‘Ah makker most een pot bier hebben?’ Ik zeg tegen de waard dat ik liever een kop koffie wil. Dat had ik namelijk nog niet gehad.
‘Ik heb de bravilor net lopen, een lekker vers bakkie!’ zingt de vrolijke waard. Nog steeds is geluk nog heel gewoon. Althans wel in het ommeland.