Column David Stolk | Groep 8

Nog een jaar. Nog een jaar moet mijn dochter verschijnen op het basisonderwijs. Na de zomervakantie zit ze in de hoogste klas van de school. Dan moeten er keuzes worden gemaakt. Al vanaf jongs af aan worden de kinderen blootgesteld aan de toetsmethodieken van de Cito. Onlangs, tijdens een oudergesprek, werden mij grafieken, diagrammen en kleuren getoond. Daaruit moest dan blijken welk niveau zij zou hebben. Ik vroeg uiteraard om enige uitleg waarom er bepaalde adviezen naar voren kwamen. ‘Ja, dat geeft het systeem aan.’

De onderwijzers van tegenwoordig zijn vooral bezig met systematieken, methodes en trainingen en cursussen met de meest vooruitstrevende namen. Vooral bedacht achter een bureau. Ieder jaar gaat de welwillende onderwijzer weer op een of andere training, gegeven door een adept van Emile Ratelband, die het schoolgaande wiel opnieuw heeft uitgevonden. Leerlingen worden ingedeeld in kleuren, identiteiten en modellen.

Mijn lagere schoolgaande leven heb ik doorgebracht op de Openbare school te Nieuwolda. Een kleine school met ongeveer 100 kinderen. De directeur onderwees nog gewoon de hoogste klassen en de meesters en juffen noemde je bij hun achternaam. Er werden ons rijtjes geleerd en als je niet luisterde kreeg je een Zweedse klomp naar je hoofd geslingerd. Als je geluk had, mocht je in de pauze een pakje shag halen voor de meester en het wisselgeld mocht je houden. Ik herinner mij een incident dat Jan vervelend was geweest en naar zijn huis was gevlucht. De meester rende er achteraan en bij zijn huis aangekomen zei de moeder van Jan: ‘Hier zitte hor meester.’

Eigenlijk wil ik graag dat mijn dochter naar een middelbare school gaat in Groningen. Daar wordt extra aandacht gegeven aan dans, toneel, zang en expressie. Dat vindt zij interessant en interesses moet je voeden. Aan de andere kant vind ik dat de regio niet gepasseerd kan worden. Maar is het huidige Dollard College wel uitdagend genoeg? Gun ik mijn dochter deze regio wel? Of is het te vroeg om haar vleugels uit te slaan?

Het rapport van mijn dochter toonde goede cijfers, aangevuld met de ‘G’ van goed. Echter het huidige niveau bleek niet goed genoeg voor het advies ‘VWO’. Dat maakt mij eigenlijk weinig uit, maar ik had toch het idee dat er kunstmatig vastgeklampt werd aan het systeem van de Cito. Ik vroeg de jonge meester wat een leerling nog meer moest doen om wel een dergelijk advies te krijgen? Dan moest alles goed zijn. Alles. Dat lijkt mij bijkans onmogelijk en niet realistisch. Zelf heb ik zeven jaar mogen genieten op het VWO, eerst op de WSG later op het Dollard College. Inderdaad, u raadt het al, zelfs ik was niet in alles goed. Dat had later te maken met extra-curriculaire activiteiten, maar het bleek al snel dat ik niet in de wieg was gelegd voor de Bètavakken.

Het onderwijs lijkt een fabriek te zijn geworden. Een log instituut met managers, adviseurs en boven schoolse directeuren. Dat gun ik mijn dochter niet. Dan toch naar Groningen? Eerst nog een jaar naar de veilige omgeving van de basisschool. In een klas van bijna 30 kinderen. Ik ben benieuwd of het systeem ze allemaal aan kan.