Eindelijk een gedenkteken voor drie Vlagtwedder Joden

Op de Joodse begraafplaats in de buurtschap Hebrecht is donderdagochtend in alle vroegte een gedenkteken neergezet voor Wilhelm Hes, Rebekka Braaf en Fanny Frank.

Medewerkers van een natuursteenbedrijf deden dat, onder het toeziend oog van Willem Fokkens. Hij beheert de rustplaats namens het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap (NIK).

Begraven zonder zerk

Fokkens wist al lang dat de in Vlagtwedde woonachtige Wilhelm Hes, Rebekka Braaf en Fanny Frank op de rustplaats liggen. Hes overleed in 1941, de beide vrouwen een jaar later. ,,Ze waren op leeftijd en ziek’’, aldus Fokkens. ,,Hun dood voorkwam dat ze werden gedeporteerd. Ze werden begraven in een kist maar zonder zerk. Er was geen geld om die te betalen. Ook omdat Joden in het begin van de oorlog door Duitsers van al hun geld werden beroofd.’’

De wetenschap van de drie zerkloze graven zat vele jaren in het hoofd van Fokkens. ,,Wel tien jaar liep ik rond met de wens om hen een gedenkteken te geven met daarop hun namen. In het Jodendom is heel belangrijk dat de namen niet vergeten worden. Het probleem was steeds dat het geld voor een gedenksteen ontbrak.’’

Succesvolle zoektocht naar geld

Enige tijd geleden ging Fokkens daarom op zoek naar geld. ,,Met succes. Verschillende particulieren waren gul. Ook de Vereniging Vrienden van de Synagoge Bourtange en de Stichting Historie Joods Groningen gaven een bedrag. Zo kon ik het natuursteenbedrijf opdracht geven de gedenksteen te maken.’’

Die steen, zo’n 1,40 meter hoog, kreeg donderdag onder een gloeiende zon zijn plek nabij de ingang van de begraafplaats. ,,Of de drie ook nabij die ingang zijn begraven, weet ik niet’’, zei Fokkens. ,,De administratie over de rustplaats is verloren gegaan. Maar het is een mooie, opvallende plaats. Ik ben blij dat de drie eindelijk hun steen hebben.’’

Grafschennis

Vorige week nog stond Fokkens met een heel ander gevoel op de begraafplaats van Hebrecht. Een van de 27 graven, uit 1942, was toen door onbekenden geschonden. De daders waren zelfs tot in het graf doorgedrongen. Medewerkers van het werkvoorzieningschap Wedeka ontdekten de schennis en alarmeerden de politie.

‘Geen uiting van antisemitisme’

,,Ik werd er natuurlijk ook bijgehaald en schrok enorm’’, blikte Fokkens donderdag nog eens terug. ,,Zo’n vorm van grafschennis had ik nooit beleefd. ook niet op de andere Joodse begraafplaatsen in de provincie die ik beheer. Onderzoek door de politie heeft niets opgeleverd dus zal het misschien nooit duidelijk worden wie het heeft gedaan. Ik ging en ga er vanuit dat de schennis geen uiting van antisemitisme is geweest. Het geschonden graf is gelukkig weer hersteld.’’

Fokkens benadrukte dat nooit is overwogen vanwege de grafschennis de gedenksteen niet of later te plaatsen. ,,Niks daarvan. We kruipen niet in onze schulp.’’