Zo'n 10.000 Groningers kunnen levensreddende defibrillator bedienen

Het aantal vrijwilligers in Groningen dat een defibrillator kan bedienen, groeit gestaag. Momenteel gaat het om 9466 geregistreerde mannen en vrouwen.

Dat zegt bestuurder Thom Heemstra van de Stichting Groningen Hartveilig.

Hartstilstand

Die werd in 2013 opgericht en geeft Groningers cursussen, bijvoorbeeld in dorpshuizen, waardoor ze Automatische Externe Defibrillatoren (AED’s) kunnen bedienen. Met die apparaten kunnen mensen die een hartstilstand hebben gehad, worden geholpen.

,,We proberen op allerlei manieren mensen warm te maken voor zo’n opleiding’’, zegt Heemstra. ,,Bijvoorbeeld met folders maar ook door ons op evenementen te laten zien. Deze aanpak, die we samen met de Nederlandse Hartstichting opzetten, werpt zijn vruchten af. In de afgelopen jaren groeide het aantal mensen met een opleiding met zo’n 1000 per jaar, dit jaar wel met 1500 of 1600. Binnen niet al te lange tijd hebben we dus de 10.000ste vrijwilliger.’’

Buitenkasten

Al die mannen en vrouwen hebben 595 geregistreerde AED’s tot hun beschikking. Ook dat aantal groeit gestaag. Waarbij wel lang niet alle AED’s altijd bereikbaar zijn. ,,Bijvoorbeeld doordat ze in woningen of openbare gebouwen hangen die niet altijd toegankelijk zijn’’, zegt Heemstra. ,,We proberen door overleg met de eigenaren die AED’s in buitenkasten te krijgen. Op zo’n manier dat in de hele provincie goed verspreid de AED’s hangen, dat er geen witte vlekken meer zijn. In Oost-Groningen overigens gaat de landelijke organisatie HartslagNu samen met ons in een aantal gemeenten een sluitend AED-netwerk opzetten.’’

Witte vlekken

Ook waar het om vrijwilligers gaat, zijn die witte vlekken er nog. ,,In grotere plaatsen wonen wel zoveel vrijwilligers dat er altijd binnen de afgesproken zes minuten hulp geboden kan worden. Maar in kleinere dorpen is het aantal vrijwilligers vaak te klein. Ook bij bedrijventerreinen wonen vaak te weinig vrijwilligers. We hebben dus meer opgeleiden nodig.’’

De opleidingen worden veelal door gemeenten betaald. ,,Ook de herscholingen. Na twee jaar worden vrijwilligers weer bijgespijkerd.”