Op hol geslagen brandstichtster Langestraat Winschoten hoort eis van veertig maanden cel

Ze vindt dat ze wel een straf heeft verdiend, maar de eis van veertig maanden gevangenisstraf is in haar ogen te hoog. ,,Daar word ik niet beter van.’’

Op 3 januari dit jaar stichtte G. brand in een winkelpand aan de Langestraat in Winschoten. Het 250-jaar oude pand ging verloren in de vlammenzee. Belendende panden liepen schade op. Inzet van de brandweer heeft erger voorkomen, is de overtuiging van het Openbaar Ministerie. De schade: meer dan een miljoen euro.

Passende straf

De officier van justitie vindt veertig maanden cel (waarvan tien voorwaardelijk) een passende straf. Dat G. zoals ze zegt in een opwelling brand stichtte gelooft de officier van justitie niet. Kort na de brand stond G. al op de stoep van de inboedelverzekeraar om een voorschot te vragen. ,,Haar motief was geld.’’

G. huurde woonruimte boven het winkelpand, maar de huur was mede als gevolg van overlast opgezegd. Op 4 januari moest ze eruit. Op die vrijdagavond was ze bezig om te verhuizen. Haar probleem, een van haar problemen, was dat ze geen ruimte had haar spullen op te slaan. Ze had tijdelijke woonruimte gevonden in een caravan op een camping.

Al eerder zou ze aan anderen hebben laten weten dat ze ‘de boel in de fik’ zou steken. G. ontkent dat: ,,Dat is niet waar.’’

Stug

In de rechtszaal komt ze stug over. Misschien zijn het de zenuwen. Ze geeft korte antwoorden op vragen die de rechters aan haar stellen. Eenmaal wordt ze emotioneel, als de rechters haar persoonlijke omstandigheden aan de orde stellen. ,,Uw leven is een beetje op hol geslagen.’’ Dat beaamt ze. In augustus 2016 werd haar opa in Winschoten om het leven gebracht, een kwestie die tot op de dag van vandaag niet is opgelost. Rechters: ,,Is het toen mis gegaan?’’ G.: ,,Daarvoor al.’’

Ze was die avond onder invloed van alcohol en speed. Met een aansteker stak ze een deken aan. Die begon te smeulen. Nee. Ze had er niet bij stilgestaan dat het helemaal fout zou aflopen. ,,Het spijt mij heel erg. Ik had het niet moeten doen.’’

In gevaar brengen

De officier van justitie tilt zwaar aan het feit dat ze het leven van omwonenden in gevaar heeft gebracht. Dat maakt dat een forse straf een passende straf is, zegt de officier van justitie. De advocaat van G. meent dat het een onsje minder kan. Dat anderen in gevaar zijn geweest, blijkt nergens uit. Twee jaar cel met een voorwaardelijk deel erbij moet voldoende zijn, vindt de raadsman.

Behalve brandstichting wordt G. verdacht van een poging tot oplichting van de verzekeraar en van een diefstal van een auto. Dit laatste feit ontkent ze. Een verzekeraar heeft een schadeclaim op tafel gelegd van 23.000 euro.

Uitspraak over twee weken.