Klots - Oud man (column David Stolk)

Ook mij is het niet ontgaan. De boerenprotesten dan wel in de provincie dan wel in Den Haag, met een gezellig gezamenlijk ontbijt op het Malieveld. Aan de tractoren te zien ontbrak het de boeren niet aan kapitale middelen. Er zat geen oude McCormick tussen. Of ze zijn allemaal geleased. Dat zou verstandig zijn.

Het ging er voor Nederlandse begrippen best heftig aan toe. Die mening is al snel gevormd als iemand met een bebloed gezicht op elke voorpagina staat. De protesten zijn mij niet ontgaan, maar wel de eigenlijke reden.

De vrouw van mijn vader, ook wel denigrerend stiefmoeder genoemd, is een boerendochter. Haar vader en voorouders hadden een boerderij aan het begin van Woldendorp, als je tenminste vanaf Nieuwolda kwam. De boerderij is verkocht en de agrarische functie is veranderd van akkerbouw naar veeteelt. Deze bonus opa werd door mijn vader met veel respect ‘oud man’ genoemd. Oud man boerde in tijden dat er nog veel respect bestond voor het twee na oudste vak van de wereld.

Schijnbaar ontbreekt dat respect heden ten dage. De boeren protesteren niet alleen tegen de continue veranderende regelgeving, maar ook tegen het negatieve beeld dat blijkbaar wordt verspreid door politici, media en activisten. Dat valt ze te prijzen. Om het op zijn Gronings te zeggen: ‘Hufst die zulf nait wegvlakken, dat dut een aander wel.’

Tegenwoordig in Oost-Groningen kennen wij meer soorten boeren dan alleen de akkerbouwers. De vele hectares graan hebben plaatsgemaakt voor vee, windmolens, zonnepanelen en andere gewassen waar meer subsidie op zit. De herenboeren van weleer zijn een uitgestorven ras. Sommige nazaten proberen de erve nog kunstmatig hoog te houden. Maar vaak moet er gemeenschapsgeld worden aangeboord om de prachtige boerderijen in hun onderhoud te kunnen voorzien.

‘Oud man’ was zijn tijd ver vooruit. In tegenstelling tot menig collega, stond hij open voor de wereld. Tegen wil en dank heeft hij zijn vader opgevolgd. Eigenlijk koos hij liever het luchtruim als zijn habitat, maar de plicht riep. Op de boerderij kwamen vooraanstaande lieden over de vloer. Mede uitgenodigd door dominee Colijn en de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Bijvoorbeeld Godfried Bomans en een Sjeik die de acht jarige dochter van de gastheer wel wilde huren.

Wanneer ‘oud man’ nog had geleefd had hij waarschijnlijk andere middelen gezocht om de kost te verdienen. Dan had hij manieren gevonden om ‘Den Haag’ voor te zijn. Dan had hij zijn vleugels gespreid en zijn kennis en kunde geoogst. Hij was niet bij de pakken hooi neer gaan zitten. Ik had hem ook niet op zijn blauwe Ford tractor naar het Malieveld zien rijden. Hij had gezegd: ‘Schoef moar in Dollert’.