Klots - Sky Radio (column David Stolk)

Samen met mijn dochter zat ik in de auto op weg naar mijn zusje in Haren. Daar ging mijn dochter met mijn neefje van 2 pepernoten bakken. Hidde, het neefje, is helemaal ‘into’ Sinterklaas. Op een filmpje zag ik zijn verwondering toen hij zag dat het paard het appeltje had aangevreten en bij zijn schoen had gelegd.

Ik vond het wat ondankbaar van Americo om een kwart appel op te eten. De rest had hij best kunnen meenemen naar de kindertjes in Afrika. Dat ligt immers dicht bij Spanje en Pieterman knecht schijnt er regelmatig te komen.

Op de radio zette mijn dochter Sky Radio op, The Christmas Station zoals zij zelf pretenderen te zijn. Op de dag dat dit allemaal gebeurde, is het 30 november. Op het bewuste radiostation werd na elk ander nummer een kerstnummer gedraaid. Ik vertelde mijn dochter dat ik nu nog niet in een kerststemming was. ‘Ik wel,’ grijnsde zij. Zodoende bleef de radio op dezelfde frequentie staan. Na drie nummers hoorde ik Bryan Adams, met zijn onvolprezen ‘Something about Christmas Time’.

Het deed mij denken aan vervlogen tijden en het deed mij goed. Het waren de tijden rond kerstmis dat ik op de middelbare school in Winschoten zat en mijn vrije tijd vooral doorbracht achter en voor de bar in Café Hoppe aan de Torenstraat. De eigenaar bracht het kleine café in een heerlijke kerstsfeer. Dat hield niet veel meer in dan dat er veel lichtjes werden opgehangen en dat er vooral kerstliedjes werden gedraaid. Zoals de kerst-evergreens als: ‘Merry xmas, war is over’, ‘Stop the Cavalry’, ‘Here it is, merry christmas’ en ‘Feliz navidad’.

Daarnaast waren alle gasten ook in een soort feeststemming elke dag. Het werd elke avond laat en elke dag ging je eerder naar de kroeg. De apotheose van het kroeggelag vormde Oudjaarsdag. Om de balans op te poetsen, moesten de fustjes en flessen leeggedronken worden. Dat lukte aardig. Na middernacht togen wij wederom naar de kroeg. Om elkaar gelukkig nieuwjaar te wensen en een gat in Nieuwjaarsdag te drinken.

Uiteraard reed ik in Haren verkeerd. Het huis van mijn zusje is namelijk nagenoeg onvindbaar, er is ook nog geen bereik met de mobiele telefonie. Maar deze keer was ik afgeleid. Ik zag dat men in het dorpshuis een fakkeltocht hielden ter ere van Sinterklaas. Ik vroeg aan mijn dochter of zij toevallig wist of Sinterklaas gestorven was en dat ze daarom een stille tocht hielden.

Mijn dochter keek mij verbaasd en licht geïrriteerd aan. Zij zette de radio harder en wij zongen hard het nummer ‘Santa Claus is coming to town’ mee. Alsof wij met onze arrenslee door de onbegaanbare wegen van Haren reden om redding te brengen aan een jongetje dat nog in een ander verhaal geloofde. ‘Natuurlijk gaan wij met hem pepernoten bakken,’ zei ik tegen mijn zusje, toen ik vertelde dat wij in een kerststemming waren. ‘Maar dan gooien wij ze wel in een of andere hoek.’