Klots - Tutoyeren (column David Stolk)

Mijn vader heeft een hobby die tuinieren heet en dan niet in de vorm van mooie bloemen, bomen, waterpartijen of rotsformaties. Hij kan de gehele dag in de weer zijn met zijn eigen gekweekte bladsla, rabarber, bietjes of boerenkool. De keren dat wij bij hem eten, scandeert hij door de keuken: ‘Uit eigen tuin!’ Alsof dat ineens alle ziektes uit de wereld helpt.

Voor deze hobby heeft hij zaden nodig. Deze bestelt hij online en deze zaden worden bezorgd door een pakketdienst. Om zodoende de CO2 emissie die hij niet veroorzaakt te compenseren met de pakketdienst. Hij ontving een mail van de pakketdienst en deze mail was nogal geschreven in populaire taal. ‘Hee, meneer Stolk, de chauffeur is onderweg hoor, je bestelling wordt afgeleverd (…) groetjes jouw DPD-team.’

De andere kant van mijn familie zit of zat in het onderwijs. In de tijden dat ik nog van onderricht mocht genieten hadden wij, leergierige jongmensen, respect voor onze meesters en juffen en later (wel in mindere mate) voor de meneren en mevrouwen voor de klas. Op een verjaardag, waar niet zoveel visite zat omdat het Sinterklaasavond was, ging de discussie over de manier waarop tegenwoordig de mensen om ons heen worden aangesproken. In mijn tijd werden alleen de juffen op de kleuterschool aangesproken met de voornaam. De rest van de juffen en meesters keurig bij de achternaam en met u.

Mijn zus vertelde over een collega in het voortgezet onderwijs die dacht dat het goed zou zijn dat de leerlingen (en niet de gymnasiasten) hem zouden aanspreken met zijn voornaam. In de lerarenkamer werd hij snel geassocieerd met Mark van Bommel. Die haalt de kerst ook niet.

Mijn vader heet nu vooral opa Cees en mijn moeder oma Carola. Dat kwam in mijn tijd ook niet voor. Mijn grootvaders van beide zijden waren heren, met een pak aan en een stropdas voor. Of op de vrije dag een spencer aan. Die heetten geen opa Piet of opa Koos. Die werden gewoon opa Overbeek en opa Stolk genoemd. De huidige opa’s en oma’s zijn ook meer kameraadjes en speelmaatjes dan de grootvader of –moeder van weleer. Maar als wij, als ouder, de kinderen dat niet bijbrengen, zullen zij nooit leren een ouder persoon te vousvoyeren.

Het is volledig langs mij heengegaan waarschijnlijk, maar sinds wanneer heten juffen en meesters, juf Ank en meester Sven? In welk jaar zijn de kleinkinderen opa’s en oma’s bij hun voornaam gaan noemen? Toen wij kabeltelevisie kregen? Of toen wij internet kregen? Ik heb het niet bewust meegemaakt. Ik heb er althans geen actieve herinnering aan. Vanaf heden ga ik mijn ouders met u aanspreken, kijken hoe mijn dochter reageert.

De zaden in het pakketje werden bezorgd door een chauffeur die uit hetzelfde dorp kwam als mijn ouders. Hij belde keurig aan en mijn vader deed open. Die vrolijke jongeman glimlachte oprecht en zei: ‘Hallo Cees, een pakketje voor jou.’ Mijn vader had zich al geërgerd aan het te amicale mailtje van de bezorgdienst en grimlachte terug: ‘Dank jongen, maar ik ben nog altijd meneer Stolk voor jou.’