In Memoriam: Meindert Schollema (1950-2019), burgemeester van het volk

Hij moet hebben gekookt van woede en mensen die hem kenden weten dat Schollema zich inderdaad inhield. Zijn Pekela was bij een onderzoek in 2009 van tijdschrift Elsevier naar voren gekomen als de ‘Slechtste plek van Nederland’.

 GeenStijl sleepte locals voor de camera die hun hart lieten spreken (‘Woaromdatten?’) en aan de burgemeester de taak dat te nuanceren.

Schollema was wel ‘een beetje boos’, maar legde rustig uit wat er wel deugde aan Pekela: ,,…en dan hebben we geen files en dan hebben we geen luchtvervuiling en dan hebben we hier goud in de vingers. Rust en ruimte.’’

Meindert Schollema overleed vrijdag. Hij kreeg woensdag 4 december thuis in Middelstum een hartinfarct, werd gereanimeerd en in het UMCG in slaap gehouden, maar de familie maakte na een dag bekend het ergste te vrezen. Het voorgevoel werd vrijdagavond 6 december bewaarheid.

Hij sprak Gronings, als het even kon in het openbaar

Zoals hij zich presenteerde in het GeenStijl-filmpje, zo was hij. Meindert Schollema was echtgenoot van Trieneke Tabak en vader van Pieter en Bé, hij was van de PvdA en hij was een ‘burgemeester van het volk’.

De geboren en getogen Middelstumer sprak Gronings, als het even kon in het openbaar en zei in 2000 in een interview in Nieuwsblad van het Noorden, dat je je nooit moest schamen voor je afkomst. Zoals hij nooit vergat te refereren aan zijn socialistische opvoeding. 

Schollema werd na de ambachtsschool elektromonteur, bedrijfsleider van een techniekwinkel en had, voor zijn aantreden in Pekela, de nodige politieke meters gemaakt. Hij werd op zijn achttiende lid van de PvdA, was binnen twee jaar afdelingsvoorzitter en zat op zijn 24 in de gemeenteraad van Middelstum. Hij werd later wethouder in die gemeente en bleef dat tot 1998 van de fusiegemeente Loppersum, waarin Middelstum opging.

Donkere stemgeluid

De Middelstumer was van 1999 tot zijn pensioen in 2015 burgemeester van Pekela. De Pekelders leerden hem kennen als een bijzonder benaderbare en aimabele man. Hij kon goed omgaan met de ‘recht voor zijn raap’ mentaliteit in dat deel van de Groningse Veenkoloniën.

Al sprak hij ze niet naar de mond. Maar Schollema had een luisterend oor en kon zaken verwoorden op een manier die de Pekelders aansprak. Zijn donkere stemgeluid had iets rustgevends waardoor hij iedereen inpalmde. Tijdens officiële gelegenheden en op het spreekuur stelde hij mensen meteen op hun gemak.

Toen de Pekelders hem ereburger maakten en hij erelid werd van het internationaal vermaard Groninger Christelijk Mannenkoor Albatros was ‘de man van het volk’ zichtbaar geëmotioneerd.

Uitzendkracht

Hans Alders, destijds Commissaris van de Koningin, verzocht hem dringend om als waarnemend burgemeester (2005-2007) de gemeente Menterwolde er bij te doen. Zijn komst was nodig omdat daar bestuurlijke chaos heerste en ook in de samenleving bleek het onrustig. De Pekelder uitzendkracht had de zaak binnen de kortste keren op de rit.

Het verhaal gaat dat hij tevergeefs solliciteerde in Delfzijl, maar veel gekker moest het niet worden. Schollema sprak ‘goud Grunnegs’ en Nederlands, maar nauwelijks een vreemde taal, wat handig kan zijn in een internationale havenstad.

Een verzoek van partijgenoot Gerard Beukema om lijsttrekker te worden bij de statenverkiezingen in 1998 wees Schollema af. Hij zag zichzelf niet als bestuurder die ook in het weekend loodgieterstassen vol stukken mee naar huis zeulde. In het NvhN-interview in 2000 zei hij: ,,Ik sta liever met m’n voeten in de lokale democratie dan dat ik me met een volgeplempte agenda door chauffeurs van de ene vergadering naar de andere laat rijden.’’

Burgemeester zijn paste beter bij hem.

Barricades

Had Schollema meer in zijn mars dan Pekela? Die vraag suggereert dat Pekela een soort ‘Swiebertje-gemeente’ is voor beginnende burgemeesters. Dat is allerminst het geval.

De zware sociale problematiek, met onder meer grote werkloosheid, eist zijn tol in de samenleving. Hij ontvangt in 2009 een anonieme brief met doodsbedreigingen uit extreemrechtse kringen. Zijn huis wordt met camera’s bewaakt. Burenruzies met dodelijke afloop en de aanwezigheid van een asielzoekerscentrum zorgen voor de nodige commotie. Schollema doet aangifte bij de politie en blijft vooral rustig.

Met zijn college van burgemeester en wethouders werd overgegaan tot de oprichting van een gezamenlijke ambtelijke dienst met de gemeente Veendam: De Kompanjie. Die ‘move’ werd niet door iedereen begrepen en is ook geen succes geworden. Zoals er meer was dat hem uit handen glipte. Als voorzitter van de Raad van Commissarissen van BV Veendam kon hij niet voorkomen dat de club naar de rand van de afgrond gleed en uiteindelijk er over.

In het portret in DvhN bij zijn afscheid van Pekela kwam Schollema naar voren als iemand die voortdurend op de barricades klom voor zijn burgers. Pekela kampte met de nodige problemen. De echo’s van de clownsaffaire klonken door, hangjongeren én hangouderen, vechtpartijen met asielzoekers, asociale gezinnen en tot overmaat van ramp zette de EO de Pekelders neer als ‘zuipende, luie uitkeringstrekkers’.

'Dou dat nou naait'

Als Pekela weer eens op minder vleiende lijstjes belandde, zoals in dat van Elsevier, bleek hij diep verontwaardigd. Laat die mensen nu eens komen kijken, klonk het dan. In dat opzicht was Schollema voor Pekela een fanatieke belangenbehartiger. Hij stoorde zich aan de beeldvorming en besprak de situatie met Eberhard van der Laan, ook toen deze burgemeester werd van Amsterdam. Van der Laan kwam naar Pekela.

Schollema meldde steeds weer trots te zijn op gemeente en inwoners. Journalisten die negatief waren konden rekenen op boze telefoontjes en reeds bij het vermoeden dat er weer een minder vleiend verhaal aan zat te komen, klonk het: ,,Dou dat nou naait.’’

Zwart gekleed, maar altijd de rode sjaal

De burgemeester van het volk was het liefst onder de mensen, ging graag bij huwelijksjubilarissen langs, bij honderdjarigen, bij vrijwilligers en hij deelde, veelal met Trieneke, met een glimlach lintjes, erepenningen en bloemen uit.

Hij was een familieman. Trots op zijn twee zoons Pieter en Bé en hun gezinnen. De laatste trad als wethouder van Loppersum in zijn voetsporen. Beide mannen konden avonden debatteren over politiek.

Met Trieneke genoot hij bij terugkeer naar Middelstum van de vele fietstochten en het uitzicht over het Boterdiep. Schollema werd voorzitter van vv Middelstum en de Vereniging Groninger Dorpen. Ook in die laatste functie ergerde hij zich groen en geel aan de manier waarop ‘Den Haag’ omsprong met het aardbevingsgebied. Net als voor de Pekelders wilde hij opkomen voor de mensen in het gebied waar zijn ‘roots’ lagen.

De telefoon nam hij op met ‘Meindert’. Het liefst schakelde Schollema na een kennismaking meteen over op het ‘jij’ en ‘jou’. Dat de Middelstumer het liefst in zwart gekleed ging had minder te maken met een somber gemoed dan met een praktische houding (‘alles past bij zwart’) en dat hij kleurenblind was.

Zijn sjaal was wel altijd rood. De kleur van het volk.