Het verleden van Pekela: De tijd van toen, waar is ze gebleven?

Joop Bondrager, Henk Snakenborg en Bert Panneman, beheerders van de Facebookpagina De Roegbainders, tonen wekelijks oude beelden van Nieuwe of Boven Pekela. Dit keer lak-en nikkelfabriek Juliana van de firma G. Kuiper en zonen.

De oprichter van deze fabriek, Geert Kuiper, wordt op 6 november 1874 in Nieuwe Pekela geboren. Begin 1900 gaat hij met zijn vrouw wonen aan A-26, een pand wat in 1898 werd gebouwd en 1186 vierkante meter groot was. In 1903 is de fabriek opgericht. Achter zijn woning is nog veel ruimte en hij besluit om hier een nieuwe fabriek te laten bouwen om voor zich zelf te beginnen. Het is het pand waar later Carel Kral zal starten.

Vergunning

Op 17 mei 1904 verlenen B en W van Nieuwe Pekela hem een vergunning voor het oprichten van een door stoomkracht gedreven kunstlakkerij. Het bedrijf begon in 1904 met drie mensen. De naam luidt Lak- en nikkelfabriekJuliana, genoemd naar Geer zijn schoonmoeder. Waarschijnlijk komt van haar het kapitaal om de fabriek op te richten. Een van de mensen die vanaf het eerste uur bij de fabriek werkten was B.Brouwer. Hij zal in 1954 een bronzen medaille in de Orde van Oranje Nassau krijgen van de Koningin, omdat hij vijftig jaar in dienst is als slijper.

Geert en zijn medewerkers lakken vooralsnog tinnen koffiepotten. Later komen hier kachels en huishoudelijke artikelen bij, net als het vernikkelen van rijwielonderdelen.

Nieuwe nikkelfabriek

Geert Kuiper en Harmina Hulzebos krijgen meerdere kinderen. In 1916 werken er drie volwassenen en twee kinderen, zo is te lezen in de gemeenteverslagen van Nieuwe Pekela. De fabriek is ondertussen overgestapt van stoomaandrijving naar een elektromotor van 10.5 pk.Op 5 augustus 1927 wordt onder architectuur van J Kruijer uit Nieuwe Pekela een nieuwe nikkelfabriek voor Kuiper. De laagste inschrijver is aannemer J. Voor in het Holt uit Veendam, voor 9480 gulden. Op 29 augustus 1927 wordt de vergunning hiervoor verleend door B & W van Nieuwe Pekela. De fabriek wordt gebouwd op het perceel, kadastraal bekend als sectie A no. 1688. Het werd gebouwd volgens de stijl van de Amsterdamse school. Het was een verkleinde uitvoering van de fabriek van Sparreboom.

De fabriek breidt zich daarna steeds verder uit en op 31 juli 1930 staat er een advertentie in de krant waaruit blijkt dat men nu ook auto's spuit'moffelt en zandstraalt.Op 15 september 1931 overlijdt Geert zijn vrouw bij een noodlottig verkeersongeval.
Per 1 januari 1932 wordt de fabriek een familiebedrijf, als zijn twee zoons Hendrik en Johan Benjamin ook in het bedrijf komen te werken.

Vennoot

Op 23 mei 1935 hertrouwt Geert met Jantiena Abbes in Nieuwe Pekela. Op 1 januari 1945 treedt Geert Kuiper uit het bedrijf als vennoot. Op 28 maart 1946 verandert de naamgeving van de weg vanaf de boerderij van Van der Veen tot aan de Onstwedderweg. Deze straat heet dan Albert Reijnderstraat. Het bedrijf zit vanaf dan aan de A Reijnderstraat B26/27.
Vanaf 1949 staat het bedrijf omschreven als galvaniseerbedrijf en fabricage van en handel van rijwielonderdelen, uitsluitend rijwielsturen.

In 1964 worden de werkzaamheden weer wat uitgebreid en begint men ook met de fabricage van closetrolhouders
In 1965 trok Hendrik Kuiper zich terug uit de fa en Johan Benjamin gaat alleen verder.In 1978 willen 12 metaalbedrijven samenwerken om tot een betere productieverdeling te komen en om gezamelijk orders te verwerven. Hiervoor hebben ze geld beschikbaar gesteld.

Fietssturen

Tot de jaren negentig is het bedrijf zo doorgegaan, maar de concurrentie uit het verre Oosten - onder andere Taiwan - was moordend. Het bedrijf werd dan ook verkocht aan Bejah, en die ging er fietssturen maken. Na enige jaren ging het bedrijf failliet.

Bron: Veenkoloniaal museum, Jan Aijold Kuiper