Het verleden van Pekela: De tijd van toen, waar is ze gebleven? Dit keer Eppo Orsel

Joop Bondrager, Henk Snakenborg en Bert Panneman, beheerders van de Facebookpagina De Roegbainders, tonen wekelijks oude beelden van Nieuwe of Boven Pekela. Dit keer Eppo Orsel.

Eppo Orsel werd geboren 2 maart 1902 in Nieuwe Pekela. Hij trouwde met Lutia Kuiper en ging wonen aan de Noodvlucht 18, nu de Tuinbouwwijk. Hij was fabrieksarbeider en had drie zoons en een dochter . Orsel was een communist in hart en nieren. 
Dit kwam doordat er  in de jaren dertig veel armoede was; de werkeloosheid was hoog, huisvesting slecht en de inkomens laag.
 
Orsel trok zich het lot van de paupers aan (mensen die absoluut niets hadden). De mensen kwamen bij hem thuis voor vragenproblemen of raad. Hij probeerde voor eten te zorgen waar het nodig was, praatte geld los van de gemeente voor wie dat niet had. Daarbij was hij zeer vasthoudend, tot ongenoegen van de autoriteiten waarmee hij te maken had.
 
"Als Orsel in de gemeenteraad sprak zat de publieke tribune vol, hij zette zich volledig in voor zijn ideaal, en voor zijn achterban", vertelt Orsels kleindochter. Met wat Orsel in de raad naar voren bracht werd doorgaans weinig gedaan, maar hij berikte er wel mee dat over vaak beroerde sitiaties werd uitvoerig werd gesproken. 

"Oude Pekela had een bijzonder onrustige tijd achter de rug met stakingen, werkverschaffing, politieke meetings en demonstraties. Daarbij speelde mijn opa een stuwende rol."
 
Er werden ook spreekverboden uitgevaardigd, maar daar trok Orsel zich niets van aan. Hij sprak het volk toe vanuit een oude Praam, die in het Pekelder Diep lag, en zelfs vanuit een boom. Zijn kracht lag niet zo zeer in het raadswerk, maar meer inn het voeren van acties.
 
In die tijd werkte Orsel in een fabriek, waar de werkomstandigheden niet over hielden. Hij nam daarom ontslag en is bij de werkverschaffing aan de slag gegaan. 
 
Later is Orsel verhuisd naar Rotterdam, waar hij de bombarementen heeft meegemaakt. Ook ging hij in het verzet. Een aantal kameraden werd gearresteerd, waarna Orsel terugging naar Pekela. 
 
Op 27 maart 1945, enkele weken voor de bevrijding, viel hij bij het lossen van een schuit met stro in het water. Stijfkoppig als hij was werkte hij door. Niet verstandig, want hij werd hij ziek (dubbele longontsteking) en stierf. Orsel, door een tijdgenoot omschreven als een 'wilde woeste man met een groot hart', werd slechts 43 jaar.