Camperboer uit Oude Pekela met twee jaar cel boven het hoofd voor belastingfraude: groot deel al terugbetaald

Een groot deel van de 1,6 miljoen euro die een camperhandelaar uit Oude Pekela volgens het Openbaar Ministerie (OM) willens en wetens niet opgaf bij de Belastingdienst, is inmiddels terugbetaald.

Dat zegt de advocaat van de handelaar Saskia van Gessel. Donderdag diende zijn zaak bij de rechtbank in Zwolle. Hij hoorde daar twee jaar celstraf en een boete van 150.000 euro eisen. Tegen een medewerker werd negen maanden celstraf geëist.

De Officier van Justitie (OvJ) acht bewezen dat de camperhandelaar willens en wetens sjoemelde met de BTW-aangifte. Dat is een afkorting voor omzetbelasting: een heffing over geleverde diensten of producten. Ondernemers moeten dat geld iedere maand of kwartaal overmaken.

Aangiftes verschuiven

Tussen januari 2013 en oktober 2016 zou de Belastingdienst liefst 1,6 miljoen euro hebben misgelopen door fraude met omzetbelasting. Er werd namelijk consequent gespeeld met de aangifte. Zo werd bijvoorbeeld aan het begin van 2014 meer afgedragen dan nodig, en in juni juist minder.

‘Schuiven’ met btw-aangiftes mag bovendien niet, stelt het OM. Feitelijk was hij aan het ‘bankieren’ bij de fiscus. Hij had immers geld op zijn rekening staan dat eigenlijk van de samenleving was, stelt het OM. Meer ondernemers doen dat, en dat moet maar eens afgelopen zijn, stelde de OvJ. Met zijn praktijken zou hij aan het stelen zijn geweest van de samenleving en zou hij zichzelf ook in een oneerlijke concurrentiepositie hebben gewerkt.

Inval

Dat schuiven gebeurt vaker bij bedrijven, die boeken het tekort dan aan het eind van het jaar over in de zogenaamde ‘suppletie aangifte’. Die aangifte kwam in deze zaak echter nooit binnen bij de Belastingdienst. Onder de streep was de aangifte daardoor altijd in het voordeel van de handelaar. Deze werkwijze hield hij jaren vol, stelt het OM.

Van moedwillig frauderen was echter nooit sprake, stelt de handelaar. Toen de FIOD in 2018 een inval deed, oordeelde hij tegenover deze krant: ‘een storm in een glas water’. Dit tot grote hoon van de OvJ afgelopen donderdag: ‘Dat is ook een manier om belastingfraude met een nadeel van meer dan 1,6 miljoen euro te omschrijven.’ Op dat moment wist de handelaar echter nog niet dat het belastingtekort zo hoog was opgelopen, laat hij via zijn advocaat weten.

‘Boekhouder deed werk niet’

Het boekhoudkantoor. Daar zou het aan gelegen hebben. Die zou de aanvulling niet hebben aangegeven, terwijl een administratieve medewerker van de camperhandelaar die wel doorgaf. De betreffende belastingadviseur heeft een schikking getroffen met het OM in de zaak, voert Van Gessel aan. Wel erkent de handelaar dat hij nooit had mogen schuiven met de btw-afdracht. Hij is als ondernemer eindverantwoordelijk voor de indiening van de aangiftes.

Een administratief medewerker staat ook terecht voor haar rol binnen de vermeende fraude: zij diende de doorgeschoven btw-aangiften immers in en had moeten weten dat ze niet klopten. Zo maakte ze zich schuldig aan fraude, stelt de OVJ.

Een miljoen afgelost

Advocaat Van Gessel, benadrukt dat de handelaar de tekorten probeert recht te zetten: „Onze cliënt heeft direct alles op alles gezet om zijn belastingschulden te betalen.” Hij verkocht onder meer onroerend goed en verpatste privébezit. „Inmiddels heeft hij meer dan één miljoen euro afgelost. Voor het restant is een betalingsregeling getroffen die onze cliënt stipt nakomt. De belastingdienst heeft vastgesteld dat er geen sprake is geweest van persoonlijke verrijking.”

In zijn strafeis neemt de officier dit mee. Een gevangenisstraf zou het bedrijf mogelijk flessen, beseft hij, toch acht de publieke aanklager het nodig dat de man een celstraf krijgt. De officier eiste twee jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. Daarnaast moet een boete van 150.000 euro worden betaald, waarvan 100.000 euro voorwaardelijk.

Tegen de medewerker op de administratie werd negen maanden cel geëist, waarvan drie voorwaardelijk. De rechtbank Zwolle bepaalt over twee weken of en in hoeverre de handelaar en medewerker schuldig zijn aan fraude. Van Gessel: „Onze cliënt wacht intussen in spanning op de uitspraak van de rechtbank.”