Dijkgraaf Hunze en Aa's gaat zonder schroom naar Burkina Faso om waterprojecten te bekijken

Stof en hitte. Geert-Jan ten Brink weet wat hem te wachten staat in Burkina Faso. De dijkgraaf van waterschap Hunze en Aa’s gaat op werkbezoek in het Afrikaanse land. ,,Het is beslist geen toeristisch uitstapje.”

Code rood en oranje in Burkina Faso

Burkina Faso staat niet in de reisbrochures. Integendeel. Wie absoluut naar het Afrikaanes land wil afreizen doet er goed aan om vooraf op de site van het ministerie van Buitenlandse Zaken te kijken. Het land is rood en oranje gekleurd, wat betekent niet reizen of alleen als de noodzaak er is om te reizen. Toch stapt dijkgraaf Geert-Jan ten Brink morgenvroeg in het vliegtuig richting de hoofdstad Ouagadougou. Hij spreekt het vloeiend uit. ,,Maar de taal, er wordt er veel Frans gesproken, ben ik absoluut niet machtig.”

Natuurlijk heeft hij weet van de snel verslechterende veiligheid in het land. Hij volgt het nieuws dagelijks. Buiten de grote steden neemt het risico op kidnapping en zware criminaliteit toe. De dijkgraaf had het al gezegd: het is geen toeristisch tripje. Toch is hij ogenschijnlijk rustig, ondanks de boodschap van het ministerie. ,,Ik heb een professionele afweging gemaakt. We laten ons informeren en voorlichten door mensen ter plaatse, onder wie ambassadepersoneel en medewerkers van waterschappen in het land. Vorige week is er nog een veiligheidsscan gemaakt. Ik denk ook absoluut niet naïef over het veiligheidsaspect. Maar overal kan toch iets gebeuren? Ik voel in ieder geval geen negatieve spanning. Ik ben vooral nieuwsgierig wat ik aantref. En nee, ik draag geen kogelvrij vest. Sterker, ons gezelschap laat zich niet eens begeleiden door bodyguards.”

Ter plekke informeren

Ten Brink onderneemt de meerdaagse reis als portefeuillehouder internationale zaken van de Unie van Waterschappen. Waterschap Hunze en Aa’s en nog enkele schappen brengen kennis over op het gebied van waterbeheer. De dijkgraaf, en met hem nog drie collega’s, laten zich ter plekke informeren over de voortgang van verschillende projecten in Burkina Faso. Ze zijn onderdeel van de Blue Deal. Dat is een internationaal programma van de 21 Nederlandse waterschappen in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het doel? Twintig miljoen mensen wereldwijd toegang geven tot voldoende en schoon water en beschermen tegen water.

,,Onze focus ligt op het bieden van hulp door kennisoverdracht. We leggen niets aan en investeren niet in materiaal”, stelt Ten Brink met klem. ,,Het is puur en alleen kennisoverdracht”, duidt Ten Brink. Hij kijkt dan ook verbaasd als het woord ontwikkelingshulp ter sprake komt. ,,Dat is het absoluut niet. Ze zijn misschien het armste land ter wereld, maar zij doen waterbeheer op hun manier. Wij stellen ons echt niet op als een partner die het beter weet. Ben je gek!”

Op de agenda staan werkbezoeken aan stuwmeren en een goudmijn. ,,De stuwmeren groeien dicht met planten. Daar hebben wij als schap ook regelmatig mee te maken. Zij horen graag van ons hoe wij dat aanpakken en andersom krijgen wij misschien ook goede raad. Ik ben benieuwd hoe zij onze expertise ervaren.” Maar wat heeft een goudmijn met waterschap Hunze en Aa’s te maken. Veendam heeft toch geen goudmijn? Ten Brink lacht en legt uit. ,,Om een goudmijn te exploiteren is veel water nodig. Het goud moet gewassen worden. De machines gespoeld, want er is veel fijnstof. Dat heeft weer effect op het milieu. daar hebben wij natuurlijk ook ervaring mee bij onze installaties.”

Niet de rug toekeren in slechte tijden

Ten Brink heeft zich goed ingelezen en verdiept in het land. ,,Het is een uiterst kwetsbaar land. Niet alleen economisch gezien, maar ook qua democratie. Maar de waterschappen voelen het als sociale plicht om minder bedeelden te helpen. Daarom loopt ons samenwerkingsverband in ieder geval ook tot 2030. Ik denk dat ze er bij ons op zullen aandringen om in slechte tijden ook achter hun te blijven staan. Ze hebben onze steun nodig en hebben er niets aan dat we hun de rug toekeren. Gelukkig doen we dat niet alleen. Ook de Europese unie helpt het land, mede financieel. Want wij allen beseffen dat water een eerste levensbehoefte is.”

In de afgelopen decennia is de watersituatie in Burkina Faso steeds verder verslechterd: minder neerslag, meer druk op de watervoorraden voor een groeiende landbouw georiënteerde bevolking en de klimaatverandering. Ook heeft het land te maken met achteruitgang van de waterkwaliteit, wind- en watererosie, lozingen van afvalwater en verschillende soorten industriële watervervuiling.

,,Wij ondersteunen het waterschap in Burkina Faso onder andere met het opstellen van waterbeheerplannen. Ook bieden wij hulp bij een betere monitoring op het gebied van waterkwaliteit- en kwantiteit. Twee keer per jaar gaat iemand van Hunze en Aa’s naar het land om ter plekke te helpen. Daar hebben wij uren voor gereserveerd. Ze hadden deze keer ook behoefte aan een dijkgraaf, want ze zijn nieuwsgierig hoe wij een organisatie hebben opgebouwd.”