Vesting Bourtange ligt (nog) te ver weg voor de Oost-Aziaat

Afspraken met een touroperator en het opzetten van een speciale website hebben er nog altijd niet toe geleid dat er bussen vol met Oost-Aziaten naar de vesting Bourtange komen.

,,Ook vorig jaar was dat niet het geval, daar moeten we eerlijk in zijn’’, zegt manager Hendri Meendering van de Stichting Vesting Bourtange (SVB). ,,Kennelijk is de afstand naar ons toch te groot.’’

De SVB beheert de musea in Bourtange en organiseert er allerlei evenementen. Jaarlijks verwelkomt ze inmiddels zo’n 90.000 betalende bezoekers waarmee de vesting de tweede toeristische trekpleister van de provincie is na het Groninger Museum.

Mandarijn

Enkele jaren geleden besloot de SVB de blik ook op Oost-Azië te werpen. Er werden afspraken gemaakt met een touroperator in Amsterdam die bustochten opzette en arrangement maakte waarin een bezoek aan de vesting ook werd opgenomen. Er werd tevens een website gemaakt in het Mandarijn, de taal die honderden miljoenen Chinezen spreken. Medewerkers werden voorbereid om de Oost-Aziaten rond te leiden.

Al die inspanningen leverden tot nu toe niet de gewenste resultaten op. ,,We krijgen met enige regelmatig zeker wel bezoekers uit Oost-Azië zoals dat al jaren het geval is’’, zegt Meendering. ,,Maar de extra toeloop zien we niet. Het Noorden van het land is voor een bustocht vanuit de Randstad kennelijk te ver. Niet alleen wij vernemen dat. Giethoorn is bijvoorbeeld een trekpleister die wel voldoende dichtbij ligt.’’

Website in het Mandarijn

De website in het Mandarijn bestaat nog altijd. ,,Maar waar het om het promoten van de vesting gaat, richten we ons momenteel toch vooral op Noord-Nederland en het noorden van Duitsland. Daar komen de meeste bezoekers aan Bourtange vandaan. En gelukkig zien we dat het aantal bezoekers groeit.’’

Die groei leidt er volgens Meendering ook toe dat de SVB financieel sterker wordt. ,,Dat is onder mijn voorganger al begonnen. Ook in 2019 hebben we goed gedraaid en weer winst gemaakt. Het exacte bedrag kan ik nog niet noemen.’’