Verontrustende afname van het aantal dagvlinders in Oost-Groningen

IVN Bellingwedde en KNNV Oost-Groningen hebben in twee natuurgebieden, De Tjamme in Oldambt en het Engbert Drenthbos in Westerwolde, gedurende een aantal jaren meer dan twintig soorten dagvlinders geteld volgens richtlijnen van de Vlinderstichting. De resultaten laten een verontrustende afname zien in beide gebieden.

In De Tjamme nam in 10 jaar tijd het totale aantal dagvlinders af met 52 procent. Ook van de zeventien soorten dagvlinders werden er (veel) minder geteld, met uitzondering van het Hooibeestje, dat in aantal juist toenam. Dit kan te maken hebben met een toename van de vergrassing, dat voedsel is voor zijn rupsen.

Opvallend is dat het aantal vlinders, waarvan de rupsen het van stikstofrijke leefgebieden moeten hebben ook afnam, en wel met 56 procent. En datzelfde geldt voor negen vlindersoorten die het van bloemrijke plekken moeten hebben.

Positief is dat de Grote weerschijnvlinder zich lijkt te gaan vestigen. Dat is voor dit gebied een nieuwe vlindersoort.

Het Engbert Drenthbos is gedurende zeven jaren onderzocht. Ook in dit gebied namen de meeste vlindersoorten in aantal af. Totaal met 59 procent. In het oog springend was de enorme afname, met 93 procent, van het Koevinkje. Ook in het Engbert Drenthbos werden er veel minder dagvlindersoorten geteld (41 procent), met uitzondering van de kleine vuurvlinder.

Meer dan één oorzaak

De grote aantalsafnames geeft aanleiding tot grote zorg voor het voortbestaan van de dagvlinderpopulaties in deze regio. Daar is meer dan één oorzaak aan toe te schrijven. Te noemen zijn het verlies aan en versnippering van leefgebieden waardoor soorten kwetsbaar zijn voor veranderingen. Verder spelen verzuring en vermesting (stikstof, fosfaat), onjuist maai- en snoeibeheer, de daling van de grondwaterstand en het gebruik van bestrijdingsmiddelen een rol.

Gevarieerde bloemrijke bermen en slootkanten

Gevarieerde bloemrijke bermen en slootkanten zullen meer vlinders aantrekken en bestaansmogelijkheden bieden dan intensief gemaaide bermen en slootkanten, zo wordt gesteld. Minder vermesting en verzuring zal de groei van grassen remmen, maar bevorderen dat bloemplanten zich kunnen vestigen.