'De keuze is eenvoudig: Jij gaat door de sloot of wij door de bossen'

Een wandeling maken door één van de vele natuurgebieden in Westerwolde is geen straf, integendeel. Dit deel van de provincie Groningen is erg mooi, zeker voor iemand die zijn jeugd heeft doorgebracht op het Hogeland, al hebben de wijdgezichten aldaar ook haar charmes. Het zogenoemde Rondje Roege Baarg heb ik al menig keer gelopen. Nu is het toch anders.

Wandelen in de natuur is geen vanzelfsprekendheid meer. Natuurmonumenten riep onlangs zelfs op om de natuurgebieden te mijden. Te druk, is het motief. Staatsbosbeheer en het Groninger Landschap zijn wat coulanter. 'Valt mee, zeker in een relatief dunbevolkt gebied als Groningen'.

Nog geen vijf minuten onderweg of de eerste twee mensen komen op mij af. Een echtpaar zo te zien. Ze praten weinig met elkaar, dus schat ik zo in dat de echtelieden al vele jaren bij elkaar zijn. Iets met een half woord. Dichterbij gekomen blijkt het inderdaad een ouder stel te zijn. De paden zijn smal, dit wordt behelpen. 'Anderhalve meter afstand', zegt de man, 'de keuze is eenvoudig: Jij gaat door de sloot of wij door de bossen.'

Omdat de sloot geen aantrekkelijke optie is, wurmen de man en vrouw zich - half met de rug naar mij toe - door het struikgewas om zo toch aan de veiligheidsvoorschriften van het RIVM te kunnen voldoen.

Ik vervolg mijn weg en geniet. Het lentezonnetje schijnt, de natuur ontwaakt, een weldadige rust.

Na een kilometertje - op een open veld - spelen wat jongeren met een paar honden. Als ze mij aan zien komen lopen, worden de honden kort gehouden. Ze doen bewust of onbewust een paar stappen terug, alhoewel de afstand tussen hen en mij zeker dertig meter is.

Aangekomen op de glooiing, zo halverwege, sta ik een paar tellen stil. Vreemd genoeg beschouw ik dit stukje landschap altijd als het middelpunt van de aarde. In mijn beleving komt alles hier samen. 

In de verte zie ik twee paardrijders, een reiger zoekt een strategische plek om later een prooi te vangen, een buizerd beziet de wereld vanuit de lucht, uit het struikgewas komt een ree, die over de velden rent.

Dit is geluk.

Op weg naar huis dringt de (cornona)werkelijkheid van alledag weer door.

Arjan Brondijk